De Goede Herder

(naar Lucas 15, 1-7)

 

Als Jezus spreekt, komen er altijd heel veel mensen naar Hem luisteren. Mensen die denken dat ze alles goed doen. En mensen die veel verkeerde dingen doen. De zogenaamde goede mensen vinden dat maar niets. "Zeg Jezus," roepen ze, "waarom ben jij bevriend met dit soort mensen?"

Even denkt Jezus na. Hij zegt: "Ik zal jullie een verhaal vertellen."

 

"Er was eens een herder die wel honderd schapen had. Ieder schaap van de kudde kende hij. De witte en de zwarte schapen. De gevlekte en de gestreepte schapen. De dikke en de dunne schapen. Iedere avond bracht hij zijn kudde naar de schaapskooi. Dan ging hij bij de ingang staan en telde "Eén, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht, negen, …" Helemaal tot honderd telde hij. Dan deed hij het hek dicht, zodat de schapen veilig konden slapen.

Op een avond telde hij weer: "…zesennegentig, zevenennegentig, achtennegentig, negenennegentig…"

Hé, waar was nummer honderd?

De herder keek naar de schapen in de kooi.

"Waar is Zwartneus? Zwartneus is weg!"

En wat denk je dat hij deed? Zei hij tot zichzelf: "Och ja, ik heb nog negenennegentig schapen over; dat is wel genoeg"?

Niets daarvan! Hij hield zoveel van Zwartneus als van zijn andere schapen. Hij pakte zijn herdersstaf en ging op pad om Zwartneus te zoeken. Hij liep over de heuvels en door de velden. Hij zocht onder de struiken. Hij keek achter iedere rotsblok. En eindelijk, eindelijk vond hij zijn schaap. Het zat met zijn wollige haren vast in een doornstruik.

"Joepie!" riep de herder blij. Hij maakte Zwartneus los uit de doornen. Hij tilde het schaap op zijn schouders en droeg het veilig naar huis. Onderweg klopte hij aan bij zijn buren en vrienden. "Ik was een schaap kwijt, maar ik heb het teruggevonden!" riep hij vrolijk. "Kom naar mijn huis, dan gaan wij feestvieren!"

 

"Weet je waarom Ik dit verhaal vertel?" vraagt Jezus aan de mensen.

"Omdat God hetzelfde doet als de herder. God laat mensen noot in de steek."