Er was een hele grote boom met lange takken.
Er was eens een mus, die kwam op een tak zitten en dacht: hier zit ik fijn, hier blijf ik wonen. En zij bouwde een nest in de boom. De andere mussen hadden dat gezien en kwamen ook in de boom wonen. Met heel veel waren ze. En heel veel nesten kwamen er in de boom. Toen begonnen de mussen ruzie te maken.
* Dit is mijn huis.
*Neen, die is van mij.
En ze maakten ruzie en zeiden lelijke dingen tegen elkaar. Ze vochten zo hard, dat de bladeren van de bomen vielen. Toen kwam een grote witte vogel aangevlogen. Hij zag de mussen vechten, vloog naar de boom, ging op de hoogste tak zitten en zei:
*Vrienden, luister eens, willen jullie hier allemaal blijven wonen?
* Ja, riepen alle mussen.
Schuif dan allemaal wat op, dan is er plaats voor iedereen. Voor de groten en de kleinen, voor de ouden en de jongen. Maar als jullie blijven ruzie maken dan is deze boom geen goede woning, dan is het niet prettig om hier te wonen.
En ze schoven wat op en er was plaats voor iedereen.