Met verwonderde oogjes keken de vier kinderen naar de
gekleurde draad die zij in het bos
hadden gevonden. Er
was net voor ieder één kleur. Els had zonder aarzelen de roze draad
genomen, Anja koos de lichtblauw en de jongens Bart en
Tom waren tevreden met paars en
groen.
Wat doen we ermee? vroeg Anja. Laat ons de vliegers maken, dan kunnen we die morgen
oplaten in de wei.
Ja, goed idee! dan
kunnen we een wedstrijd organiseren.
Hé, ja, en dan kunnen we Anke en Elke en Tobias vragen om te
komen kijken ….
Dadelijk maakten de kinderen afspraken. Els had thuis grote bladen papier. Die zouden zeker
van pas komen. Tom
zou voor lijm, scharen en plakband zorgen.
Anja mocht uit mama's
naaimand gekleurde linten nemen. Daarmee konden ze strikjes maken om de staart van de
vliegers te versieren.
En Bart wist in vaders werkhuis houten latten liggen. Er werd gemeten,
gezaagd, gespijkerd, geknipt, geplakt, geverfd, … . En eer het tijd was voor het avondeten,
waren de vier vliegers klaar.
's Anderendaags waren onze vier vrienden weer samen in de
garage van Tom. De vliegers
zagen er prachtig uit.
Voorzichtig werden de kunstwerkjes meegenomen naar de wei.
Voorzichtig werden ze opgelaten. Zou het lukken? Zouden ze
echt vliegen ? En ja hoor, de
wind joeg de vliegers één na één de lucht in… Vol plezier volgden de kinderen hun vlieger.
Hé, de mijne draait als een molentje!, riep Anja.
En kijk, de mijne gaat op en neer.
Kijk, kijk, de mijne zwiert!
Hun plezier kon niet op.
Maar toen gebeurde het. Door een
stevige rukwindbrak de draad
waarmee Bart zijn vlieger vasthield. Hij keek bedroefd toe hoe zijn vlieger op de
grond
neerplofte. Maar ook
bij de anderen kwam er plots een einde aan het speelplezier. Ook hun
draden knakten af zodat de vliegers in duikvlucht naar
beneden kwamen. Moedeloos stapten
ze weer naar het bos en kwamen terecht bij de boskabouter.
De draden zijn niet sterk genoeg en onze vliegers zijn stuk
en we hebben bijna geen materiaal
meer om er nieuwe te maken.
We hebben maar één blad papier over.
Eén blad papier?
Wacht eens, ik heb een idee! zei de boskabouter. Maak met het materiaal
samen één vlieger,
dat is veel sterker.
Ieder vond het best een aardig idee, het proberen waard.
Even later waren ze weer volop aan het werk, en eigenlijk
vonden ze het veel leuker zo.
Samen werken aan één vlieger. Het duurde niet lang of de nieuwe vlieger was klaar. Ook het
nieuwe touw viel opperbest mee. Het was niet alleen sterker maar de gekleurde, glanzende
draden door elkaar gevlochten, …
Zo trokken de vier vrienden voor de tweede keer die dag naar
de grote weide waar ze samen
speelden met de nieuwe vlieger aan het sterke touw.