Mijn hart is net een huis
met kamertjes en gangentjes,
een voordeur en een ruit.
Er hangt een fris behangetje,
het ziet er keurig uit.
Maar dan als Jezus aanklopt,
dan kijkt Hij in mijn keukentje.
Dat is nog niet gesopt.
Daar hangt een heel klein leugentje
dat ik ergens had verstopt.
Hij vindt een lelijk woord,
een stukje ongehoorzaamheid
en nog een nare mop.
En toch is Hij niet boos op mij.
We ruimen alles op.
Jouw hart is net een huis
Met deuren en een raam ervoor.
De Heer kijkt zo naar binnen.
Je hoeft je niet te schamen hoor.
Je mag opnieuw beginnen.