Verteller: Het
begon al vol te worden bij Zacheüs thuis.
Iedereen mag zomaar binnenlopen.
Er
komen ook arme mensen. Er zijn ook meisjes
gekomen
waarvan iedereen vindt, dat ze niet
fatsoenlijk
zijn. Maar ze zijn in huis gekomen en
ze
hebben een stoeltje aangeschoven.
Zacheüs
vraagt aan Jezus of hij het nog wel een
echt feest vindt.
Jezus: Nou
en of. Kennen jullie het verhaal van die rijk
geworden
man, die een sjiek feest wou geven?
Kind: Jawel, dat was toch die man, die
rijk geworden was,
omdat
hij voor de Romeinse keizer werkte ?
Verteller: Hij
ging alle nette mensen langs, omdat hij een
echt feest wou geven. Maar ze hadden
allemaal
een
smoesje, ze zeiden:
Kind: Ik
ben zo rijk, ik heb net land gekocht.
Ik
moet nu toch eindelijk eens gaan kijken wat ik
gekocht
heb. Ik heb geen tijd.
Kind: Ik
heb zoveel land, dat ik minstens vijf ossen
moet
hebben, om dat voor mij te ploegen.
Die
ossen wil ik nu proberen.
Het
spijt mij.
Kind: Ik
ben nog maar net getrouwd.
Mijn
vrouw kan nog niet zonder mij.
Het
spijt mij.
Verteller: Zo
kwam het, dat die rijk geworden man niemand
op zijn feestje had. Alles moest hij
in zijn eentje
opeten.
Iedereen moest lachen om dat verhaal.
En
Jezus zei:
Jezus: Ik
weet het nog mooier gemaakt. Ik zal het
verder
vertellen.Diezelfde man was zó kwaad.
Die
zei tegen alle obers en koks die hij had
laten
komen:
“
Ga nu maar de stad in. Maar ga in de
nauwe
straatjes.
Neem
de mensen mee, die zelf niets hebben.
Neem
de mensen mee, waar anderen een hekel
aan
hebben.
Het
kan me niets schelen”
Al
die mensen kwamen. En toch zeiden de obers
dat
er nog plaatsen over waren, er konden nog
mensen
bij.
Toen
zei de man: “ Ga dan nog eens de stad in.
Haal
nog meer mensen bij elkaar. Haal ze
over
om te komen. Het hindert niet wie het is.
Als
mijn huis maar vol is.
Dat
is pas feest!”