Het
grote feest
De
Heer zal bij U zijn.
De Heer zal u bewaren.
Uit het Heilig evangelie van onze Heer Jezus
Christus volgens Mt. 22, 2-10 en
Lc. 14, 15-24.
Lof zij U, Christus.
In het land van Jezus was er een groot feest bij een rijk
man. Hij had vele
vrienden uitgenodigd.
Zij waren benieuwd om Jezus te zien.
Daarom hadden ze
Hem ook uitgenodigd.
De andere mensen mochten niet binnenkomen.. De rijke
man zei tot Jezus: "Jij zegt altijd dat de goede God
jouw vader is. We zouden
graag wat meer horen over Hem. "En toen zei Jezus: "Ik zal jullie een verhaal
vertellen."
Er
was eens een koning. Hij had een zoon
die zou trouwen. De koning wilde
daarom
een feest geven voor een grote groep genodigden. Hij riep zijn dienaren
bij
zich en zei: "Beste dienaren, alles is klaar voor het feest van mijn
zoon.
Roep
alle genodigden." De dienaren
deden wat de koning vroeg. Ze gingen
naar
de genodigden en zeiden: "Kom
nu maar, het feest is klaar."
Maar
… de genodigden wilden niet komen. Ze
verzonnen plots allemaal een
smoesje.
De
eerste genodigde zei:
"Och, ik zou wel heel graag willen
… maar … ik kocht een akker.
Ik moet ernaar gaan kijken. Zoals je ziet, het gaat echt, echt
niet!"
Een
tweede genodigde zei:
"Och, ik zou wel heel graag willen
… maar … ik kocht vijf ossen.
Ik moet ze nog gaan keuren. Zoals je ziet, het gaat echt, echt
niet!"
Een
derde genodigde zei:
"Och, ik zou wel heel graag willen
… maar … ik ben pas getrouwd.
Ik moet nu naar mijn vrouw. Zoals je ziet, het gaat echt, echt
niet!"
En
zo ging het bij alle genodigden. De
dienaren kwamen terug bij de koning.
Ze
brachten verslag uit en zeiden:
"Och koning, hoe graag ze ook wel
willen, zoals je ziet, ze kunnen echt,
echt
niet!"
Toen
werd de koning boos en riep uit:
"Ze kunnen niet, ze kunnen niet
??? Ze willen niet !!!"
De
koning wandelde enkele keren over en weer in zijn paleis. Hij was
verwonderd
en bedroefd over het antwoord van zijn genodigden. Hij zuchtte:
"En
toch wil ik graag feestvieren voor mijn zoon.
Alles staat gereed. Ik wil dat
er
vele mensen naar het feest komen. Mijn
paleis moet vol zijn, want iedereen
mag
in mijn vreugde delen." Hij riep de dienaren en zei hun:
"Ga
naar elke stad en dorp, in de straten, op de wegen. Overal kom je
mensen
tegen: armen, kinderen, allemaal zijn ze welkom op mijn maal"
De
dienaren gingen de straat op en riepen iedereen die ze tegenkwamen naar
binnen. De zaal liep vol. Er waren kinderen en oude mensen, boeren en herders,
armen
en blinden. De koning was nu heel
blij. En het werd een prachtig
feest!
Toen
Jezus zijn verhaal beëindigd had, vroegen de mensen aan Jezus:" Over wie
heb je nu verteld?"