Het verhaal van de grote tafel
Er was eens een heer die een heel groot feest inrichtte voor
alle mensen dan heel de wereld.
Daarom maakte hij een tafel, zo groot als heel de wereld en
op die tafel spreidde hij een
tafelkleed. Hij
versierde de tafel met mooie bloemen en brandende kaarsen en dekte ze met
allerlei spijzen.
Toen nodigde hij alle mensen uit om aan te zitten. Iedereen zegde "Ja!".
Ze kwamen en schoven bij aan tafel. Een grote zat naast een kleine, een jonge
naast een oude.
Iemand begon te zingen en allen zongen mee, het lied van de
grote tafel.
En terwijl allen zongen, zette de gastheer een heerlijk brood
op de tafel. Dat brood was zo
groot als de tafel zelf.
Er zaten zelfs krenten in dat brood.
Toen verdeelde hij dat brood.
Grote stukken en kleine stukken, stukken met veel krenten en
stukken met weinig krenten,
stukken met een korst en stukken zonder korst. Iedereen mocht nemen wat hij nodig had.
Als de mensen dat zagen, zongen ze nog luider mee. De zon zong mee vanuit de blauw
hemel. Iedereen
lachte mee met de zon. En de gastheer
was blij omdat iedereen blij was en
omdat alle mensen vrienden waren aan één tafel.