Wij geven hier een
voorstel van hoe het evangelie in dialoogvorm kan gelezen worden. L= lector J=
priester A= apostel = liefst 2 kinderen of jongeren. Al en A2 AA = beiden
gezamenlijk
Priester: Lezing uit het Heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus. (hertaald naar Mc 1, 16‑20)
Wij maken drie
kruisjes en zeggen samen
Jezus, ik denk aan Jou. Jezus, ik vertel over Jou. Jezus, ik hou van
Jou.
L: In die dagen ging Jezus naar Galilea.
Hij verkondigde er de Blijde Boodschap
en sprak tot het volk:
J: "Het Rijk van God is dichtbij.
Bekeer je en geloof in de Blijde Boodschap."
L: Toen Jezus dan bij het meer van Galilea kwam
zag Hij Simon en zijn broer Andreas,
die op het meer hun netten uitwierpen
om te vissen.
Al: "Wie is die man daar aan de oever?"
A2: "Dat is Jezus, de man uit Nazareth.
Hij vertelt de mensen over een goede boodschap."
Al: "Kijk, Hij wenkt ons!"
L: Jezus roept de twee vissers en vraagt hen
J: "Willen jullie Mij helpen om aan alle mensen het Blijde Nieuws
over God te vertellen. Kom mee en volg Mij!"
AA: "Ja, Jezus, wij willen graag met U meegaan."
J: "Ik zal maken dat jullie vissers van mensen worden.
De mensen zullen ook naar jullie toekomen
om het Blijde Nieuws van God te horen."
AA: "Maar dat kunnen wij niet, hoor."
J: "Jawel, want Ik zal jullie alles leren over mijn Vader in de hemel."
L: Een eindje verder zag Jezus nog twee vissers, Jacobus en Johannes,
die hun netten aan het herstellen waren. Hij vroeg hen:
J: "Willen jullie ook Mijn vrienden zijn ?
Willen jullie ook meehelpen om mensen het Blijde Nieuws te vertellen?
Gaan jullie met Mij mee?"
AA: "Ja, Jezus, wij gaan met U mee!
Wij willen goed zijn voor mensen
en hopen dat Jij ons vertelt hoe wij dat kunnen."
L: Zij namen onmiddellijk afscheid van hun vader, Zebedeüs,
en volgden Jezus.