Kabouter
Hippie
Ergens in een groot gezellig bos, woont een stel kabouters.
Niemand heeft ze ooit gezien, maar toch zijn ze er.
Eén van hen is kabouter Hippie, een dikke gezellige kabouter, die van het leven weet te genieten. Een andere kabouter is koning Pietepeut. Hij is bleek en mager, hij heeft heel veel zorgen en het ergste van al is dat hij zo verschrikkelijk netjes is. Geen enkele kabouter waagt het om er slordig bij te lopen of zijn spulletjes te laten rondslingeren. Dat zou koning Pietepeut niet dulden. De paleispaddestoel blinkt en schittert aan alle kanten. Geen wonder ook, tien kabouters werken daar dag in dag uit. Ze poetsen, schrobben, zemen, dweilen, boenen, wassen, wringen en strijken.
Pietepeut is zo streng dat de kabouters op die of die dag precies moeten doen wat hij zegt.
Maandag … wasdag, dinsdag … zeemdag, woensdag … stofdag, donderdag … schrobdag, vrijdag … strijkdag, zaterdag … tuindag. En of nu de zon schijnt, of het regent of het sneeuwt, … iedere kabouter doet dat werkje op die dag, voordat hij mag gaan wandelen of beukennootjes rapen of denappeltjes zoeken voor zijn kacheltje.
Denk je dat die kabouters het leuk vinden? Ik weet het niet. Maar de koning wil het nu eenmaal. Ze zijn eraan gewend. En ze hebben het nooit anders geweten. Tot op een dag…
Kabouter Hippie wordt heel vroeg wakker. De zon schijnt in zijn kamertje. Hopla, Hippie is al uit zijn bed. Wat is het vandaag? Dinsdag … ramen zemen. Hippie zet zijn emmertje onder de kraan, pakt zijn spons en zijn zeemvel. Hij kijkt naar buiten. En ineens … doet hij de kraan dicht. Wat is dat nu? Zijn emmertje is nog niet vol. O, wat prachtig weer, zegt Hippie en hij stapt naar buiten. Hij loopt naar het schuurtje en haalt een luie tuinstoel te voorschijn. Hij kijkt rond. Daar, zegt hij, daar bij de zonnebloemen, wat een prachtig plekje! Hippie zit. De zon schijnt op zijn kopje. Hij doet zijn ogen toe. Heerlijk …
Een bij zoemt genoeglijk om hem heen, een dikke bromvlieg bromt een liedje, een merel fluit in de berkenboom. Wat is het hier zalig, denkt Hippie. Hij kijkt om zich heen. De bloemen wiegelen heen en weer, twee vlinders dansen rond de zonnebloemen, twee dikke hommels maken ruzie om de honing van een blauw bloempje. Hippie zucht van geluk.
Maar … kabouter Pietepeut gaat toevallig die dag een wandelingetje maken Dat doet hij anders nooit op deze tijd. Maar hij is al dagen moe en kribbig en hij heeft toch zo’n hoofdpijn. Hij heeft ook zoveel zorgen. Tevreden kijkt hij naar zijn kabouters die aan het werk zijn. Zijn bos is toch wel het schoonste en keurigste bos van de hele wereld.
Maar wat is dat? Hij weet niet wat hij ziet. Een kabouter die niets doet? Een kabouter die zomaar in de tuin zit. Hij kan zijn ogen niet geloven. Kabouter Hippie, zegt Pietepeut luid en streng. Hippie schiet recht, hij schrikt zich een hoedje. Kabouter Hippie, wat heeft dat te betekenen?
Eu, ik zit in de tuin, majesteit. Is het geen prachtig weer? Gaat u toch zitten. Wacht, ik haal nog een stoel. En voor Pietepeut weet wat er gebeurt, zit hij in een stoel in de zon. Heeft u al ontbeten? Wacht, ik zal voor u een paar lekkere boterhammen halen met bruine suiker en een kopje koffie. En weg is Hippie. Daar zit Pietepeut nu en hij voelt de warme zon op zijn kopje. Hij zet zijn kroon af. dat doet goed, denkt hij.
Hij hoort de bijen, hij ontdekt de merel, hij ruikt de bloemen, …
Wat is dat nu, denkt hij verwonderd, ik voel me opeens zo … heel anders. Heerlijk!
En Hippie en Pietepeut eten boterhammen en drinken koffie.
Hippie zegt: Ik kon er echt niets aan doen, majesteit. Het kwam zo opeens … ik zag de zon en toen had ik geen zin meer in ramen zemen. U zult wel boos zijn. Maar waarom moet alles hier altijd zo pietepeuterig netjes zijn? Het kan toch ook een mooi bos zijn zonder dat eeuwige stomme poetsen.
Oei, denkt hij, dat had ik niet mogen zeggen. Maar tot zijn grote verbazing knikt Pietepeut. Hippie, je hebt gelijk, zegt hij, ik ben dom geweest. Ik maak me te veel zorgen. Ik was vergeten hoe goed het doet in de zon te zitten, de bloemen te ruiken en naar de vogels te luisteren. Nu weet ik waarom ik de laatste tijd zo ongelukkig was en moe. Voortaan gaan we het anders doen.
Joepie, roept Hippie. Joepie, roepen opeens de andere kabouters die stilletjes dichterbij waren gekomen.
En van die dag af gaat het er heel anders aan toe in het kabouterbos. Koning Pietepeut heeft zelfs een andere naam gekregen van zijn kabouters. Hij heet nu koning Hupsakee, dat klinkt veel vrolijker en hij doet denken aan vlinders en bloemen en blauwe lucht.
En geloof me maar, koning Hupsakee is nu een heel gelukkige kabouterkoning.