Offerande

 

Kind 1 +2: dragen het tafelkleed.

Kind 3: Wat hebben we het eerst nodig als we samen gaan eten? Een tafel natuurlijk. In de kerk noemen we dit een altaar. Wanneer we thuis een tafel klaarmaken, leggen we een tafelkleed op. Dat doen we nu ook.

 

Kind 4: draagt bloemen.

Kind 5: Bloemen, je geeft ze op een feest, ze horen hier dus op tafel te staan, de tafel van de Heer.

Lektor: God, onze Vader, in deze bloemen zien wij kleuren en vormen, laat ons opgroeien zo sierlijk en mooi als deze bloemen.

 

Kind 6: draagt kaarsen.

Kind 7: Kaarsen, ze geven licht en gezelligheid, ze horen dus op de tafel van de Heer.

Lektor: God, onze Vader, laat ons het licht zijn, geef ons een warm hart voor alle mensen.

 

Kind 8: draagt brood.

Kind 9: Brood is ons dagelijks voedsel. Brood is er nodig op de tafel van de Heer.

Lektor: God, onze vader, in dit brood geeft Jezus zich straks aan ons. Wees voor ons het voedsel en sterk ons met de kracht van Uw liefde.

 

Kind 10: draagt water en wijn

Kind 11: Wijn en water, feestdrank: wijn en water zijn er nodig aan de tafel van de Heer.

Lektor: God, onze Vader, laat deze wijn en dit water ons herinneren aan de dood van Jezus, Hij die voor onze zonden gestorven is. Aanvaard Heer deze gaven van wijn en brood. En laat het een teken zijn van onze verbondenheid met elkaar en met U. Amen.