Offerande

           

Na de stoet stelt de lkr. een vraag en één kind antwoordt telkens.

 

Lkr.             Waarvoor is dat eten , dat brood en die wijn ?

            Kan er soms iemand met dorst en honger zijn ?

 

Kd :     Dat eten is er voor klein en groot , wij willen maaltijd vieren zoals Jezus , de dag voor Zijn dood.

 

Lkr. :            Waarvoor zijn die bloemen , dat vrolijke groen ?

            Is er een feestje , wat is er te doen ?

 

Kd :     Die bloemen zijn er voor groot en voor klein , omdat dit feest gezellig zou zijn.

 

Lkr.  :            Waarvoor dient dat mooi speelgoed ?

            Is het hier fijn ?

 

Kd:      Om te ontdekken dat samen spelen heel leuk kan zijn ...

 

Lkr.:            Waarvoor zijn die kaarsen , dat vriendelijk licht , een vlammetje op ieders gezicht?

 

Kd : Die kaarsjes die branden voor jou en voor mij , om iedereen gelukkig te maken en blij .