Ot en At

Er waren eens twee kabouters, At en Ot, zo klein dat ze niet geloofden dat er mensen bestonden. Ze geloofden allen een klein beetje in God. Op een dag, naar het leek als altijd, kwam een prinsesje voorbij. ze zei : »Kijk, dat is aardig ! », bukte en alsof zij bloemetjes plukte, pakte zij Ot en at en stak, zoals alle prinsesjes, de hele zaak in haar zak. Zo kwamen zij in het paleis, de avond viel, dat hou je niet tegen, maar terstond ontstak het prinsesje opnieuw de zon, zodat at en Ot ineens wisten dat zij in het paradijs waren en God bestond. Dat was de eerste dag. zij sliepen die nacht in luciferdoosjes van de koning onder zacht geurende zakdoekjes van de koningin. En de volgende dag vroeg het prinsesje : »Wat zal ik eens voor jullie kopen, waarin hebben jullie nu de meeste zin ? » E n At en Ot wilden natuurlijk graag dat het kermis was met chocola, een reuzenrad, draaimolens en heel veel limonade. Toen ging het prinsesje naar de stad en wat bracht ze mee ? Vliegtuigjes, botsautootjes, geweertjes, een draaiorgeltje, slagroom en mooie rooie kleertjes ? En het werd alle dagen kermis op het paleis, want At en Ot konden de trappen eerst niet op of af en nooit alleen naar de WC, maar met het vliegtuig ging het één twee drie, en het was het prinsesje verdrietig, dan draaiden zij een liedje  uit het orgeltje. Maar ook moesten kabouters leren. En Ot telde op en At trok af. Ze kregen boeken met gouden woorden, zodat ze uren langs de bladzijden moesten lopen en ze zere voeten kregen van het leren begrijpen wat er stond en de potloden waren zo zwaar dat ze alleen maar samen, en dan nog heel korte brieven konden schrijven, bijvoorbeeld alleen hun namen. En toen de dagen voorbij waren in het paleis, gingen zij weer weg, het was een lange reis terug naar het bos en hun huisje stond er als altijd. Hoe het prinsesje dat vond ? Ze huilde zoals ze nog nooit had gehuild, totdat zij op een dag aan het paleisraam stond en uit de bomen van, het park een duif verscheen met een klein briefje in  haar mond, zo klein dat zij het haast niet kon lezen. Er stond : Dag God, bedankt, een zoen van At en Ot.