Eerste lezing : Scheppingsverhaal
In het begin was het donker, er
was geen zon en er was geen maan, er was geen zee om in te zwemmen, er was geen
land om op te staan. De hemel was zwart, de aarde was leeg (bis)
Maar plotseling stak God het
licht aan. Toen scheen de zon en werd het licht, met duizend sterren aan de
hemel, want dat vond God een mooi gezicht. De hemel werd blauw de aarde was
leeg.
En God verdeelde toen de aarde
in heuvels, meren, zee en strand. Toen was de zee voor alle vissen en voor de
dieren was het land.
Op de heuvels bloeiden de
bloemen, er zwommen zwanen in het meer, er liepen herten door de heide en in de
bossen sliep een beer. De hemel was blauw en de aarde was groen.
Maar op een dag zag God dit
alles en vond de aarde niet volmaakt, daarom heeft hij toen als laatste er nog
iets prachtigs bijgemaakt.
Hij maakte een man en Hij
maakte een vrouw, en God maakte mij en God maakte jou.