priester: Vandaag vieren wij samen feest. Wij hebben deze
dag voorbereid en er al
naar toegeleefd.
Maar dat het niet altijd gemakkelijk is om samen te werken
en te spelen zie je hier.
v: Tien kinderen speelden rond een groene boom op het plein,
ze lachten, ze
dansten, het was er echt fijn.
Maar eentje zei:
k1: Ik ben de baas.
v: En dat viel tegen, toen waren ze nog met negen
k2: Ik ben toch de beste
v: Had een ander gedacht. Toen waren ze nog met acht
k3: Ik kies het spel!
Luister maar even
v: Toen waren ze nog met zeven.
k4: Jij kan niet rekenen, leer liever je les.
v: Toen waren ze nog met zes.
Zo kwam er ruzie.
k5: Denk maar niet dat ik blijf.
v: Toen waren ze nog met vijf.
k6: Dat is van mij, geef hier!
v: Toen waren ze nog met vier.
k7: Jij slappeling, ik ben veel sterker, zie!
v: En toen waren ze nog met drie.
k8: Hoepel op, jij doet niet meer mee!
v: En ja, ze waren nog met twee.
k9: Met jou wil ik niet meer spelen, ga jij ook maar heen.
v: En toen, … toen was er nog maar één.
k10: Nu moet je onze groene boom eens zien,
allemaal bruine blaadjes, ik tel er wel tien.
Maar laat ons nu vergeven
en als vrienden samen leven.
Weg bruin blad, leve het groen.
Samen proberen wij het beter te doen.
samen: VERGEEF ONS HEER
OMDAT WIJ
SOMS ONS HART SLUITEN
OMDAT WIJ
TEVEEL AAN ONS ZELF DENKEN EN MAT DE ANDEREN
GEEN REKENING HOUDEN.