Priester: Op
deze dag van de eerste communie willen wij allen tonen dat we van Jezus houden.
Omdat het niet altijd zo is, vragen wij God en mekaar om vergeving.
Kind : Ik
ben nu stil want ik heb spijt. Ik deed het niet zo goed. Ik heb toch weer iets
stouts gedaan. Het spijt me goede God.
Kind: Ik
ben nu stil want ik heb spijt. Ik ben niet lief geweest. Ik keek heel boos en
riep hard “neen”. Het spijt me, goede God
Kind: Ik
ben nu stil want ik heb spijt. Ik heb de waarheid niet gezegd. Ik heb de ruzie
nog verslecht. Het spijt me goede God.
Kind: Ik
ben nu stil want ik heb spijt. Ik sluit soms andere kinderen uit. Ik laat ze
niet meespelen. Het spijt me goede God.
Catechist: Wij
willen steeds het meeste, het mooiste en het beste. Wij zijn niet altijd
gelukkig met wat we hebben. Zo laten we kansen liggen om te delen met elkaar.
Het spijt ons goede God.
Ouder: Heer, omdat wij Jou zo weinig danken zijn voor de gezondheid van onze
kinderen, voor het geluk en de vreugde die zij ons brengen, voor de vriendschap
en de genegenheid die zij ons geven. Het spijt ons goede God.
Priester: Wij
geloven; Heer God, dat Jij aanwezig bent als wij onze spijt betonen. Wees niet langer
boos op ons. Veeg over onze fouten nu de spons. Laat ons van Jezus houden, meer
en meer. Dit vragen wij Jou, als onze Heer.
Catechist: Ook
wij, volwassenen richten ons leven soms te weinig naar God. Wij laten ons in
beslag nemen door zoveel materiële dingen. Vanaf vandaag willen wij proberen
een voorbeeld te zijn voor onze kinderen.