Instapviering 21 januari 2001 Soms zou ik willen vliegen als een vlindertje … |
klaarzetten vooraf :
-
voldoende
filmrolpotjes.
-
paneel
met tekening. (velcro reeds vooraf
vastgemaakt)
-
vlinders
(velcro)
-
schaal
+ wiek + glycerine-korrels
-
tapijt
-
draadloze
micro voor verteller
-
Jezus-vriendenboek
(Regenboog tweede leerjaar)
De kinderen worden bij het
binnenkomen opgevangen door de leerkrachten en de meewerkende ouders. Ze krijgen hun vlindertje + een potje met
korrels.
Voor de viering aanvangt worden nog een aantal liederen aangeleerd door zuster Riet, die de volkszang leidt.
De eerste communicanten
komen samen met de priester in processie naar voren.
Vooraan staat de Eerste
Communiekaars klaar. Elk kind mag wat
korrels bijdoen.
Nadat de kaars is
klaargemaakt neemt de priester licht aan de paaskaars en ontsteekt de Eerste
Communiekaars.
Ondertussen wordt het
intredelied gezongen. Eventueel zorgen
voor wat extra orgelmuziek mocht dit moment te lang uitvallen.
L. De kinderen die dit jaar hun Eerste Communie zullen vieren, maken nu samen hun Eerste Communiekaars klaar. De priester ontsteekt straks de Eerste Communiekaars met het licht van de paaskaars. Ondertussen zingen wij het intredelied : ‘Licht, ontloken aan het donker’.
LICHT, ontloken aan het
donker,
LICHT, gebroken uit de
steen,
LICHT, waarachtig
levensteken,
werp uw waarheid om ons heen
!
LICHT, geschapen,
uitgesproken,
LICHT, dat straalt van Gods
gelaat,
LICHT uit licht, uit God
geboren,
groet ons als de dageraad !
LICHT, aan liefde
aangestoken,
LICHT, dat door het donker
brandt,
LICHT, jij lieve lentebode,
zet de nacht in vuur en vlam
!
LICHT, verschenen uit den
hoge,
LICHT, gedompeld in de dood,
LICHT, onstuitbaar, niet te
doven,
zegen ons met morgenrood !
LICHT, straal hier in onze
ogen,
LICHT, breek uit in
duizendvoud,
LICHT, kom ons met stralen
tooien,
ga ons voor van hand tot
hand !
De priester heet de gelovigen welkom, in het bijzonder de eerste communicanten met hun ouders. (met eigen woorden)
Pr. We komen hier samen in de naam van God.
We tonen dit met een kruisteken :
in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen.
Moment van inkeer
(kind 1 = kind
eerste leerjaar, kind 2 = ouder kind)
Pr. Niet elke dag leven we zoals God het van ons verwacht.
Daarom vragen we om vergeving.
kind 1 Jezus, soms doe ik iets fout,
maar ik wil het goed maken.
Allen VERGEEF ONS, HEER,
GEEF ONS EEN NIEUWE KANS.
kind
2 Jezus,
ik wil dikwijls alleen mijn willetje
doen.
Ik wil het beter weten dan de anderen.
Mijn ikje staat altijd weer in de
weg.
Verlos mij van dat lelijk ikje.
Leer mij rekening houden
met anderen.
Help mij een goede vriend te zijn.
Allen VERGEEF ONS, HEER,
GEEF ONS EEN NIEUWE KANS.
O1 Goede God,
als ik in mijn hart kijk
dan is er nog veel te doen
om alles wat niet goed is beter te
maken.
Ik doe wel altijd mijn best,
maar soms wil ik niet zien
hoe lelijk het is wat ik doe.
Help mij een lieve mens te zijn
voor U en voor alle mensen.
Allen VERGEEF ONS, HEER,
GEEF ONS EEN NIEUWE KANS.
L.
Wij
willen God dankbaar zijn voor Zijn mooie Schepping.
Dit zingen we uit in het lied ‘ ’t is zo mooi’.
Bloemen bloeien in het gras,
’t water maakt een grote
plas.
De maan is rond en lacht
naar mij,
’t zonnetje schijnt en maakt
ons blij.
’T IS ZO MOOI, ’T IS ZO
FIJN,
IK WIL JEZUS DANKBAAR ZIJN,
WANT HIJ ZEI : “DIT IS VOOR
JOU,
OMDAT IK VEEL VAN JE HOU.”
’t Geitje dartelt in de wei,
kijk daar zoemt een grote
bij.
De vlinder fladdert in het
rond,
’t miertje loopt snel over de grond.
|
je weet je veilig, als je zijn handpalm om de jouwe
voelt en je kunt stappen zonder de vrees verloren te
lopen. Allen Als ik aan iemand een hand geef, denk ik aan Jou, mijn God. Stap voor stap ga Jij met mij mee. |
|
De eerste communicanten worden door de verteller uitgenodigd om vooraan op het tapijt te komen zitten. Ze brengen hun vlindertje mee. Ze luisteren naar het verhaal ‘Van het vogeltje dat te ver vloog’.
|
Van het vogeltje dat te ver vloog. In een nestje tussen de klimop zat een heel klein vogeltje. De hele dag vlogen vader en moeder af en aan om eten te brengen: vliegjes en wormpjes. zo kon het vogeltje gauw groot worden. Toen het zijn vleugels goed op en neer kon bewegen, gaf zijn moeder hem zijn eerste vliegles. Het vogeltje ging op de rand van het nest zitten. Het hield zijn kopje op, fladderde met zijn vleugels en sprong de lucht in. Wat gek! Hij viel niet. Dat vliegen ging best goed. “Ik kan nog wel verder vliegen dan die muur.” dacht het vogeltje. En vlugger en vlugger bewoog het zijn vleugels, Vliegen was heerlijk! Maar na een tijdje begonnen de vleugels van het vogeltje pijn te doen. Het moest een plekje vinden om uit te rusten. Maar waar? In een nest natuurlijk! Daar zag hij een nest boven in een boom. Een groot nest, dat gemaakt was van takjes, Het zag er erg slordig uit. Op het nest zat een grote zwarte kraai. “Mag ik bij je komen zitten om uit te rusten?”, vroeg het vogeltje. “Kun je krassen: Kra, kra, kra?” , vroeg de zwarte kraai. “Nee, ik kan alleen tjilpen. tjiep! Tjiep! Tjiep!” “Dan mag je er niet in ...... bij mij hoor je niet!” Het vogeltje vloog verder. Het was nu črg moe. Gelukkig zag het een grote boom met een gat erin. Daar zou hij vast in kunnen kruipen om uit te rusten. Het vogeltje keek naar binnen. In het gat woonde een bruine uil met een kromme snavel. “Mag ik bij je komen zitten om uit te rusten?”, vroeg het vogeltje. “Kun je oehoe, oehoe, oehoe roepen?” vroeg hij. “Nee, ik kan alleen tjilpen. tjiep! Tjiep! Tjiep!” “Dan mag je er niet in .... bij mij hoor je niet!” Het vogeltje was zo moe, dat het niet meer kon vliegen. Het begon al donker te worden. Vlakbij zag het een grote vogel rond hippen. “Hoor ik soms bij jou?” vroeg het doodvermoeide vogeltje. Ik kan alleen maar tjilpen, tjiep, tjiep, tjiep!” “Natuurlijk hoor je bij mij”, zei de grote vogel. “Ik ben je moeder en ik heb de hele dag naar je gezocht. Ga maar gauw op m’n rug zitten. dan vlieg ik je naar huis.” Het vogeltje vond het heerlijk om op de rug van zijn moeder te kruipen. Hoog over de bomen bracht zij hem terug naar het nestje tussen de klimopbladeren. daar kroop het vogeltje onder de warme vleugels van zijn moeder. En was meteen vast in slaap. |
De verteller nodigt de kinderen uit hun vlinder te bevestigen op de grote bloem ‘als vlinders vliegen we naar onze Eerste Communie toe’ :
Terwijl jullie het
vlindertje op de grote bloem vastmaken zingen we mee met het kinderkoor ‘soms
zou ik willen vliegen als een vlindertje – als een vogeltje’. Kom dan gerust weer op het tapijt zitten.
Tussenzang
SOMS ZOU IK WILLEN VLIEGEN
ALS EEN VLINDERTJE, EEN VLINDERTJE, EEN VLINDERTJE.
SOMS ZOU IK WILLEN VLIEGEN
ALS EEN VLINDERTJE. ‘K BEN EEN KIND VAN
GOD.
ZO BLIJ, ZO BLIJ. WANT JEZUS WOONT IN MIJ.
ZO BLIJ, ZO BLIJ. WANT JEZUS WOONT IN MIJ.
SOMS ZOU IK WILLEN FLUITEN
ALS EEN
VOGELTJE, EEN VOGELTJE, EEN
VOGELTJE.
SOMS ZOU IK WILLEN FLUITEN
ALS EEN
VOGELTJE. ‘K BEN EEN KIND VAN GOD.
ZO VRIJ, ZO VRIJ. WANT JEZUS WOONT IN MIJ.
ZO VRIJ, ZO VRIJ. WANT JEZUS WOONT IN MIJ.
Evangelie ”Laat de kinderen naar me toe
komen.” (Mc. 10, 13-16)
De priester nodigt ook alle andere kinderen uit om plaats te nemen op het tapijt.
De priester leest voor uit ‘Jezus-vrienden-boek’ (blz. 47)
Pr. De heer zal bij u zijn.
Allen De heer
zal u bewaren.
Pr. Ik mag
je vandaag voorlezen uit het vriendenboek van Jezus zoals Marcus het
neerschreef.
Allen Lof zij U, Christus.
Pr. Mensen brengen hun kinderen bij Jezus.
Zij vragen :
‘ Leg je hand op hun hoofd.
Raak ze aan.’
De leerlingen zijn boos.
Zij zeggen :
‘Maak
dat je wegkomt.
Laat Jezus met rust.
Jezus ziet dit.
Hij schudt het hoofd.
Hij zegt :
‘Laat de kinderen naar me toe komen.
Houd ze niet tegen.
Van kinderen kun je veel leren.
Zij staan open voor de Vader.’
Jezus omarmt de kinderen.
Hij zegent hen.
Hij legt ze de handen op.
Homilie
De priester stuurt voor de homilie de kinderen terug naar hun plaats.
Geloofsbelijdenis
Pr. Geloven in een betere wereld en ervan
overtuigd zijn dat die wereld
er pas zal komen als we er allemaal aan meewerken.
Laten we dit uitdrukken in het antwoord : “Wij willen meedoen.”
O2 Ik wil geloven in een wereld waar het fijn is om te wonen,
zonder ruzie, zonder verdriet. Ik wil geloven in een wereld, waarin iedereen
vriend is met elkaar, een wereld zoals God de Vader hem geschapen heeft.
Pr. Wie wil meewerken aan deze wereld ?
Allen Wij willen meedoen.
O3 Ik wil geloven dat wij samen die wereld kunnen bouwen : een groene wereld met bomen en vlinders, met de zon en met lieve mensen die doen zoals Jezus deed.
Pr. Wie wil daaraan meebouwen ?
Allen Wij willen meedoen.
O4 Ik wil geloven dat Gods Geest ons zal
helpen om zo’n goede mensen te worden.
Dat het echt niet moeilijk is om vriendelijk te
zijn, om te helpen, om geluk te brengen aan de anderen.
Pr. Wie wil meedoen ?
Allen Wij willen meedoen.
Voorbeden
Kind Jezus, geef ons sterke vleugels waarmee we
mama en papa, broer of zus kunnen helpen.
Allen HOOR ONS
HEER, LUISTER NAAR ONS.
O5 Heer, help ons met onze kinderen mee te vliegen
doorheen hun jonge leven. Opdat zij niet verloren
mogen vliegen in deze wereld.
Allen HOOR ONS
HEER, LUISTER NAAR ONS.
Lkr. Heer, niet alle vlinders hebben dezelfde
kleur.
De wereld is pas mooi als er veel soorten
mogen rondfladderen.
Allen HOOR ONS
HEER, LUISTER NAAR ONS.
Pr. Lieve God,
wij bidden voor onze parochiegemeenschap, …
Allen HOOR ONS
HEER, LUISTER NAAR ONS.
Offerande
Offerandelied
L.
In het offerandelied
zingen we feestelijk uit dat we gaven brengen bij de Heer om Hem
te danken.
Bloemen maken mensen blij.
Iedereen mag er nu bij.
Kaarsen naar de Heer gericht,
wij zijn kind’ren van Zijn Licht.
WIJ BRENGEN GAVEN BIJ DE HEER
OM HEM TE DANKEN ALTIJD WEER.
WIJ ZINGEN SAMEN OM HET MEEST,
KOM BIJ MIJ HIER OP DIT FEEST.
Brood is er voor iedereen,
als wij delen met elkeen.
Wijn van vreugd is op ons feest,
als wij vieren in Gods Geest.
Gebed over
de gaven
Pr. Vader,
ons leven ligt in Uw handen.
Allen Maak ons
dankbaar voor het leven.
Maak
ons blij dat wij met klein en groot
mogen
aanzitten aan uw tafel,
rond
tekens van brood en wijn,
waarin
Jezus tot ons komt. Amen.
Groot
dankgebed
Pr. De Heer zal bij u zijn.
Allen De Heer
zal u bewaren.
Pr. Verheft uw hart.
Allen Wij zijn
met ons hart bij de Heer.
Pr. Brengen wij samen dank aan de Heer, onze
God.
Allen Hij is
onze dankbaarheid waardig.
Pr. Ja, goede Vader, het is voor ons een
feest U dankjewel te zeggen.
Wij danken U voor deze mooie, wijde wereld, waarin wij
mogen leven.
Wij danken U voor Jezus : Hij heeft ons over U verteld.
Wij danken U dat wij U Vader mogen noemen,
dat wij broers en zussen mogen zijn voor elkaar.
Dat maakt ons blij en gelukkig.
Samen met allen die van U houden zingen wij daarom :
Allen LAUDATO
SI, O MI SIGNORE (x4)
Pr. Ja, Vader,
met eerbied noemen wij uw Naam.
Gij zijt dichter bij ons dan wij durven dromen,
als
wij samenkomen rond deze tafel om brood te breken en
de
beker te delen met elkaar.
Zend
Uw Geest over brood en wijn zodat Jezus Christus in ons midden komt.
Want
op de avond voordat Hij zou sterven,
was
Hij met zijn vrienden voor het laatst aan tafel.
Hij
nam brood, dankte U, brak het, gaf het hun en zei :
Neem
en eet hiervan, gij allen, want dit is Mijn Lichaam
dat
voor u gegeven wordt.
Zo
nam Hij ook de beker met wijn.
Hij
dankte U en gaf hem aan zijn leerlingen en sprak :
Neem
deze beker en drink hier allen uit
want
dit is de beker van het nieuwe, altijddurende verbond;
dit
is Mijn bloed dat voor u en alle mensen wordt vergoten
tot
vergeving van de zonden.
Daarna
zei Hij tot hen :
Blijf
dit doen om Mij te gedenken.
Allen LAUDATO
SI, O MI SIGNORE (x4)
Pr. Ja, Jezus kunnen wij niet vergeten,
Hij leefde bij de mensen,
Hij is gestorven en verrezen.
Hij blijft dicht bij ons,
als wij het brood breken
en de beker delen met elkaar.
Denk toch, Heer, aan Uw Kerk,
aan alle mensen die Jezus blijven volgen,
onze paus, onze bisschop.
Zorg voor alle mensen die gestorven zijn.
Breng ons allen eenmaal thuis bij U,
samen met Maria,
met de apostelen en allen die vriend zijn
van Jezus, Uw Zoon.
Allen Door Hem
en met Hem en in Hem
zal
Uw Naam geprezen zijn,
Heer,
onze God, almachtige Vader,
in
de eenheid van de heilige Geest,
hier
en nu en tot in eeuwigheid.
Amen.
Onze Vader
De priester nodigt alle kinderen uit een grote kring rond het altaar te maken, zodat we samen het ‘Onze Vader’ kunnen zingen.
ONZE VADER, ONZE VADER, DIE IN DE HEMEL ZIJT.
Vredesmoment
De priester vraagt de kinderen om de vrede uit te dragen door de kerk, terwijl we samen zingen : ‘geef de vrede door’.
GEEF DE VREDE DOOR (7x)
MAAR NIET VERLIEZEN HOOR.
Communie
Pr. Bij Jezus is iedereen welkom.
Ook de kinderen.
Zij mogen samen vooraan komen met hun ouders.
Terwijl de grotere mensen de communie ontvangen,
krijgen de kinderen een kruisje met de woorden
‘God zegene en beware je’.
Communielied
L.
In het communielied
zingen we de hoop van de kleine mens uit : ook voor hem is God bereikbaar.
VOOR KLEINE MENSEN IS HIJ BEREIKBAAR,
HIJ GEEFT HOOP AAN RECHTELOZEN,
HUN BLOED IS KOSTBAAR IN ZIJN OGEN,
HIJ KOOPT HEN VRIJ UIT HET SLAVENHUIS.
Hij zal opkomen voor de misdeelden,
Hij zal de machten die ons dwingen,
breken en binden, Hij zal leven,
onvergankelijk als de zon.
Dan dragen de bergen schoven van vrede
en de heuvels een oogst van gerechtigheid,
een vloed van koren, golvende velden,
een stad rijst op uit een zee van groen.
Slotgebed
Pr. Jezus,
vandaag zijn wij zo gelukkig bij U.
Sterk deze jonge vleugels
elke dag een beetje meer
om hen samen te laten vliegen
naar hun Eerste Communie toe.
Van daaruit kunnen zij dan met
versterkte vleugels een voorbeeld zijn
voor
anderen hun leven lang.
Allen Amen.
Slotlied
Ik ben op reis, al weet
ik niet waarheen,
maar ergens stond
geschreven dat ik deze weg moest gaan.
En al aarzel ik soms even
langs die eindeloze baan,
toch weet ik : Iemand
ging me voor en daarom ga ik door.
Ik heb geen geld, geen
kaart en geen kompas,
maar ik zie de tekens en
die zeggen mij genoeg.
En al geeft er niemand
antwoord op de dingen die ik vroeg,
toch weet ik : aan ’t
eind vind ik gehoor en daarom ga ik
door.
Ik ben een vogel, die
zijn vleugels spreidt, zo wil ik vliegen altijd verder dan de zon.
Ik ben een paard dat
zonder teugels rijdt, maar er is Iemand die me leidt en hij zegt : kom.
Ik ben op reis, al weet
ik niet waarom, maar ik luister
naar de stilte en die
zegt mij om te gaan en al verlaat ik al mijn vrienden, moet ik overal vandaan,
toch weet ik : er is geen ander spoor en daarom ga ik door.
Zending
Pr. En gaat nu allen heen met de zegen van de
Almachtige God :
Vader, Zoon en Heilige Geest. Amen.
INSTAPVIERING
21 januari 2001
liederen door kinderkoor
o.l.v. Zr. Myriam
volkszang (refrein) o.l.v. Zr. Riet
intredelied : Licht,
ontloken aan het donker
bij de schuldbelijdenis
: Vergeef ons Heer, geef ons een nieuwe
kans.
loflied : ’t is zo mooi
(strofe 1 en 2)
tussenzang : Soms zou ik
willen vliegen als een vlindertje (Elly & Rikkert)
Voorbeden : Hoor ons
Heer, luister naar ons.
offerandelied : Wij
brengen gaven
onze vader : Onze Vader,
onze Vader die in de hemel zijt (met
gebaren)
vredeslied : Geef de
vrede door.
communielied : Voor
kleine mensen