(De
vader met het grote hart – Naar Lc.14,15-24)
Jezus vertelt:
Er was eens een Vader met een groot hart. Hij wilde feest gaan vieren met al zijn kinderen, met alle mensen, van links en rechts, van hier en daar.
Toen Jezus deze woorden sprak, strekte Hij zijn armen uit en Hij vertelde verder:
De Vader riep naar zijn dienaren en zei: “Ga naar alle straten en pleinen, naar alle steden en dorpen en nodig de mensen uit voor het grote feest.”
En de dienaren lachten. Ze namen hun paarden en reden het hele land door. En overal riepen ze: “Kom naar het feest van de Vader met het grote hart.” “Mag ik ook mee?” riep een vrouw die al erg oud was en nog moeilijk kon lopen. “Jawel, jij ook,”zeiden ze. Iedereen moet komen. Niemand mag thuis blijven.
En alle mensen gingen naar het grote feesthuis: mannen, vrouwen, kinderen en zelfs huilende baby’s.
De zalen van het huis liepen allemaal vol.
Er werd gezongen, gedanst, gegeten en gedronken.
Wij eten van hetzelfde brood, wij drinken van hetzelfde water.
De Vader kwam kijken en Hij lachte met de kinderen mee. Maar opeens zag Hij in de hoek van de grote zaal een man zitten, die somber keek. “Wat zit je daar toch lelijk te kijken,’ zei de Vader. “O, ik vind het feest wel leuk, maar ik vind het niet fijn dat hij er ook bij is.” En da man wees naar iemand die tegenover hem zat aan tafel. “Ik kan hem niet uitstaan.”
Toen werd het gezicht van de Vader met het grote hart heel donker. “Wat heb jij een klein en eng hart”, zei Hij. “Kun jij niet vergeven?” En Hij riep dat het klonk door alle zalen: “Wie jaloers is en niet vergeven kan, heeft geen feesthart en kan niet blijven!”
Toen werd het stil.
Een paar mensen gaven elkaar gauw stiekem een hand en kregen toen pas echt een feestlach op hun gezicht. En alle mensen lachten mee en de muziek klonk nog vrolijker en helderder dan aan het begin van het feest. Maar er was één man die wegging omdat hij de ander niet kon uitstaan.
En toen huilde de Vader met het grote hart even en Hij zei tegen de dienaren: “Er is er een weggegaan. Laat de deur van mijn huis maar openstaan, je weet maar nooit …