Vijf broden en twee vissen

 

In de tijd dat Jezus leefde, woonde aan het meer van Galilea een kleine jongen.
Zijn moeder noemde hem Ismaël. Ismaël had zijn vader en moeder vaak over Jezus horen spreken.Maar hij had hem nog nooit gezien. En daar verlangde hij juist zo naar.
Je begrijpt dus hoe blij hij was, toen moeder op een goede dag tegen hem zei:
Moeder: Ismaël, Vader zal ons vanmiddag met zijn boot naar de overkant roeien. Een heleboel mensen zijn vandaag het meer overgestoken. Want daar is Jezus met Zijn leerlingen. Ismaël wilde dadelijk naar het strand lopen waar vaders scheepje lag. Maar moeder zei:
Moeder :Ho! Ho! Dat gaat zo maar niet! We blijven de hele dag weg. Aan de overkant zijn alleen maar groene heuvels, waar je geen brood kunt kopen. We moeten eten meenemen. Ik heb juist twee visjes gebakken en ik heb ook nog vijf broden. Moeder pakte alls in een hengselmand. Die mocht Ismaël dragen.
Wat heerlijk was de tocht over het stille blauwe meer. Ismaël kon de heuvels aan de overkant steeds duidelijker zien.
Daar was Jezus nu. Daar gingen ze naar toe. Toen ze dicht bij de oever kwamen zagen ze veel mensen. Die zaten rustig in het gras te luisteren naar Jezus.
Moeder :Dat is Jezus. En die anderen zijn Zijn leerlingen.
Toen Jezus een hele middag had verteld en geleerd had, hoe de mensen moesten leven, zei Hij tenslotte:
Jezus :Kijk de zon gaat al bijna onder en jullie moeten onderhand maar eens naar huis om te eten.
Filippus :Dat zegt U nou wel, maar weet U dat de meesten van heel ver komen en misschien wel de hele nacht moeten lopen om thuis te koomen? Bovendien zijn er heel veel bij die niets te eten bij zich hebben.
Jezus :Kunnen we ze dan geen eten geven?
Andreas :Dat is niet zo gemakkelijk. Ik heb eens goed rondgekeken, maar van eten en drinken heb ik zo goed als iets gezien. Wacht daar zie ik een jongen die vijf broden en twee visjes bij zich heeft.
Andreas bracht de jongen bij Jezus en Jezus vroeg hem:
Jezus :Zeg, heb jij wat te eten?
De jongen knikte en haalde uit zijn mand vijf broden en twee vissen...
Jezus :Zou jij het goed vinden om dat te delen met de andere mensen.
Ismaël :Dat wil ik best.
Jezus legde Zijn hand op Ismaëls hoofd en keek hem aan.
Die ogen zou Ismaël zijn leven lang niet meer vergeten. Toen nam Jezus de broden uit de mand en brak ze in kleine stukjes. Hij kwam er haast niet mee klaar. Hoe kon dat toch? Het leek net of ze van honderd broden waren.
Jezus verdeelde ook de twee vissen. Daar kwam ook al geen eind aan.
Met korven vol vis en brood gingen de leerlingen bij de mensen rond.Iedereen at. En iedereen had genoeg. Er bleef zelfs nog over. Niet alleen Ismaël was verbaasd. Alle mensen spraken erover. Ismaël hoorde hen tegen elkaar zeggen: "Ja hoor, nu geloof ik het ook. Hij is geen gewoon mens! Hij is de Bevrijder die God ons zou zenden.