Het is druk in de stad. Veel mensen staan aan de kant van de
weg. Iemand
heeft verteld, dat Jezus komt. De mensen willen hem graag zien. En met hem
praten.
Daar komt een man aangelopen. Hij is niet groot. Het is Zacheüs. Hij kan
niets zien, want er staan veel mensen. Hij wil graag een beetje naar voren
komen. Hij duwt en dringt. Maar de mensen laten hem niet door.
Ze vinden Zacheüs niet aardig. Dat komt omdat Zacheüs niet eerlijk is.
Zacheüs wil Jezus graag zien. Maar hoe moet hij dat nu doen?
Zacheüs klimt in een boom. Hier zit ik hoog, zegt hij. Ik kan over iedereen
heen kijken. Daar komt Jezus aan. Jezus, Jezus, roepen de mensen. Ook
Zacheüs roept heel hard. Jezus, dag Jezus. Hij zwaait met zijn armen. Jezus
is nu vlak bij de boom. Zacheüs roept nog harder. Jezus is nu vlak bij de
boom. Zacheüs roept nog harder. Jezus, hier Zacheüs.
Jezus kijkt omhoog. Hij ziet Zacheüs. Jezus vraagt: Wat doe jij in die boom?
Dan kan ik jou goed zien, zegt Zacheüs. Kom eens naar beneden, zegt Jezus.
Ik wil graag bij jou eten. Daar schrikt Zacheüs van.
Wil je bij mij eten? Wil je dat echt? Ja, antwoordt Jezus. Of heb je geen
eten in huis? Jawel hoor, zegt Zacheüs. Ik heb genoeg. Kom maar gauw mee.
Zacheüs rent blij voor Jezus uit. Jezus komt bij mij eten, roept hij. De
mensen kijken verbaasd. Ze vinden het niet aardig van Jezus. Zacheüs is geen
lieve man. Waarom gaat Jezus dan toch bij hem eten? Een paar vrienden van
Jezus gaan ook mee. Ze gaan aan tafel zitten.
Zacheüs heeft het druk. Hij maakt de tafel klaar. Hij gaat lekker eten
brengen. Kom eens bij ons zitten, zegt Jezus tegen Zacheüs. Ik wil eens met
je praten. Ik vind het fijn om bij jou te zijn. Je bent zo aardig om ons
binnen te laten. Wil jij altijd zo aardig blijven?
Het is fijn om goede vrienden te hebben. Je moet niet meer zoveel geld
vragen. Je wordt dan wel rijk, maar niemand vindt je nog aardig. Zacheüs
wordt er stil van. Hij had het niet verwacht, dat Jezus zo tegen hem ging
praten. Dan zegt hij: Je hebt gelijk, Jezus. Ik zal mijn best doen.