
Eerste
Communie 9 mei 2002
St. Gabriëlkerk Marolle
Intredelied
Welkom
Priester: In de naam van de Vader en de Zoon en
de Heilige Geest. Amen
Dag beste mensen. Het zal u wel
opgevallen zijn dat hier naast het altaar zo’n grote zonnebloem werd
opgehangen. Een mooie gele zonnebloem met een groot warm hart.
Een warm hart gemaakt door de kinderen
die vandaag hun eerste communie doen.
Lk: Dag Gilles,
Olivier, Guillaume, Davy, Rien, Sander, Louis, Laïka, Michiel, Kimberly, Eline,
Arthur, Thomas, Jana, Edward, Maxim, Toon, Adelin en Sander. Wat zijn jullie
mooi vandaag. En iedereen in de kerk is blij. Ik weet waarom iedereen een blij
gezicht heeft, omdat we naar hier gekomen zijn om feest te vieren. Samen gaan
we de Vader danken.
En jullie mogen nu, voor de eerste keer
met alle mensen van de wijk, volledig meevieren wat Jezus eens heeft voorgedaan
en samen eten van het heilig brood.
Laat maar eens zien aan de mensen dat
jullie er bij zijn vandaag.
Sander
V.T.: Dag papa, dag mama,
dag
broertjes en zusjes,
dag vrienden allemaal.
Wij vinden het zo fijn,
dat jullie met zoveel
gekomen zijn,
om samen met ons
allemaal
het feest van Jezus mee
te vieren.
Al mijn vriendjes en
ikzelf
zeggen hier echt
gemeend:
‘WELKOM
ALLEMAAL’
Welkomstlied:
’t Is feest vandaag
’t
Is feest, ’t is feest, ’t is feest vandaag!
Dan
trek ik mooie kleren aan,
ga
telkens voor de spiegel staan.
Ik
poets mijn tanden, kam mijn haar,
op
één, twee, drie, zo ben ik klaar!
’t
Is feest, ’t is feest, ’t is feest vandaag!
Dan
gaan we samen naar de kerk,
vandaag
moet niemand naar het werk.
We
voelen ons zeer welkom hier,
en
pa en ma, die zijn zo fier!
’t
Is feest, ’t is feest, ’t is feest vandaag!
En
dan is er ook feest in huis,
de
vrienden komen bij ons thuis.
Ze
zijn er allemaal voor mij,
ik
voel me goed, ik ben zo blij!
’t
Is feest, ’t is feest, ’t is feest vandaag!
Priester: Elke dag is een mooi bloemstuk, ons
door God geschonken. Best dragen we er zorg voor. We geven de bloemen water en
we vinden ze mooi. Maar helaas is dat niet altijd zo. Er zijn veel van die
dagen dat we veel stuk maken met ons slecht humeur, onze ikzucht, onze
pesterijen.
Zo vernielen we bloemen, en met elke
vernielde bloem verliest het bloemstuk aan waarde. Het wordt minder mooi. En
dat is echt niet de bedoeling.
Michiel: Ik keek niet naar Jou, God, en
wilde liever mijn eigen zin doen. Maar ik wil me weer naar Jou keren. Ik wil
een zonnekind zijn.
Allen: Als het donker is, zegt Jezus,
zie je toch de weg niet
meer.
Dan kom ik met licht
zegt Jezus,
en je vind de weg wel
weer.
Als je mij dan volgt,
zegt Jezus,
ben je op de goede weg.
Ja, ik ben het licht,
zegt Jezus,
het is waar wat ik je
zeg!
Olivier: Ik luisterde niet naar
Jou, God. Ik maakte ruzie. Maar nu wil ik me weer naar Jou keren. Ik wil een
zonnekind zijn.
Allen:
Als het donker is, zegt Jezus,
zie je toch de weg niet
meer.
Dan kom ik met licht
zegt Jezus,
en je vind de weg wel
weer.
Als je mij dan volgt,
zegt Jezus,
ben je op de goede weg.
Ja, ik ben het licht,
zegt Jezus,
het
is waar wat ik je zeg!
Sander V.: Ik volgde Jou niet, God en
deed Jou verdriet aan. Maar nu wil ik met Jou op weg gaan. Ik wil een zonnekind
zijn.
Allen: Als het donker is, zegt Jezus,
zie je toch de weg niet
meer.
Dan kom ik met licht
zegt Jezus,
en je vind de weg wel
weer.
Als je mij dan volgt,
zegt Jezus,
ben je op de goede weg.
Ja, ik ben het licht, zegt
Jezus,
het is waar wat ik je
zeg!
Priester: God, Uw kleur en uw vreugde maken ons
tot nieuwe mensen. Laat ons beantwoorden aan Uw oproep: ‘breng kleur in je
leven’ om zo te getuigen van Jezus, de Heer.
j. Ilse: Er waren eens 3 zonnebloemen. Ze
stonden aan een grote muur. Ze groeiden en groeiden en kregen een mooi bruin
gezicht met een gele kraag. Ze voelden zich zo fijn en elke dag werden ze
groter en groter.
Eline:
Zo bloeien is toch leuk, het leven is
heerlijk!
Jana:
Ik vraag me toch af hoe het komt dat we zo groot worden.
Laïka:
Ik vind dat wij veel mooier zijn dan alle andere bloemen.
m. Peter: Dag bloemen. Ik ben het die jullie doet
groeien. Door de warmte van mijn
zonnestralen worden jullie groot.
Jullie heten zonnebloemen. Maar als je
nog hoger wil worden, moet je mij van ’s morgens tot ’s avonds volgen.
J. Ilse: De zonnebloemen straalden van
vreugde. En ze draaiden hun kopje steeds mee met de zon. Tot op een dag…
Eline: Die zon wil alles het best weten.
Ik draai niet meer mee met jullie. Ik kan zelf wel groeien.
Jana: Ik heb die zon ook niet meer
nodig, ik ben groot genoeg. Je hebt gelijk, die zon denkt dat zij alles kan.
Wij hebben haar niet meer nodig.
j. Ilse: En toen keerden ze zich om en
keken naar de andere kant. Maar toen gebeurde het…
Eline:
Ik voel me zo slap.
Jana:
Ik kan niet meer. Waar is de zon?
Laïka:
Kijk daar is de zon! Probeer je met je hart naar de zon te keren.
Heel
zachtjes draaiden de bloemen hun gezicht nu naar de zon. Nu straalden ze weer.
Nu
zal ik kunnen schijnen als een zonnetje,
een zonnetje, een zonnetje.
Nu
zal ik kunnen schijnen als een zonnetje,
‘k
ben een kind van God.
Zo
blij, zo blij, want Jezus woont in mij.
Zo
blij, zo blij, want Jezus woont in mij.
Nu
zal ik kunnen groeien als een zonnebloem,
een
zonnebloem, een zonnebloem.
Nu
zal ik kunnen groeien als een zonnebloem,
‘k
ben een kind van God.
Zo
blij, zo blij, want Jezus woont in mij.
Zo
blij, zo blij, want Jezus woont in mij.
Evangelie:
De zaaier.
Op een dag was Jezus op weg met zijn
vrienden. Er kwamen heel veel mensen rond Jezus staan. Ze kwamen luisteren naar
Hem. Onder hen waren er wel mensen die niet goed wisten wat God van hen
verlangde. Ze lazen wel veel in de heilige boeken van God, maar ze dachten dat
het lezen al genoeg was. Jezus wou hen daar iets belangrijks over leren. En Hij
vertelde een mooi verhaal over een zaaier die uitging om te zaaien.
Luister
maar:
Het
is mooi, goed weer om te zaaien.” De boer neemt een zak graan uit de schuur,
giet de graankorrels in een bak en draagt die voor zich uit.
Telkens
neemt hij een handvol zaad en met een grote zwaai laat hij de zaadjes over het
land zwieren. Maar niet alle zaadjes vallen in de goede aarde. Als ze op een
weg terechtkomen, of op stenen vallen, kunnen ze natuurlijk niet kiemen en dus
niet groeien.
Gelukkig
vallen er veel zaadjes in de goede aarde. Die zaadjes kiemen wel. Ze groeien
goed. Het worden grote sterke planten. Uit een zaadje groeit een hele
korenhalm. En aan die halm een aar. Die brengt heel veel graankorrels voort. De
boer is blij als hij een goede oogst heeft.
Tot
zover het verhaal dat Jezus aan de mensen vertelde. Toen zij vertrokken dachten
ze: “Het is een mooi verhaal, maar wat bedoelt Jezus er eigenlijk mee?”
Nee,
Jezus wil hen niet leren hoe ze moeten zaaien. Dat zeker niet.
De
apostelen vroegen uitleg over het verhaal.
En
Jezus zei:” Kijk, ik ben de zaaier. Ik spreek met de goede woorden van mijn
Vader. Het zijn als de zaden die vallen in het hart van mensen. De zaadjes die
niet ontkiemen of die afsterven lijken op de mensen die niet luisteren naar
mijn woorden. Ze vergeten ze heel vlug en leven er niet naar. Dat is jammer.
Maar
gelukkig vallen er heel wat zaadjes in de goede aarde. Dus goede woorden van
Mij die vallen in het hart van mensen die goed luisteren. Als die mensen Mijn
woorden horen, ernaar luisteren, en wat heel belangrijk is: er iets mee doen,
dan is het fijn!
Gelukkig
dat er veel mensen naar Mijn woorden luisteren, meer dan dat er zijn die hun
oren en hun hart ervoor sluiten”
Gooi
je een zaadje in de zee,
dan
nemen de golven het zaadje mee!
Gooi
je een zaadje langs de weg,
dan
eten de vogels het op, dat is pech!
Gooi
je een zaadje op een steen,
dan
waait de wind het weg, meteen!
Maar
gooi je een zaadje in de grond,
dan
schiet het wortel en groeit het gezond!
Jullie
hebben het gehoord, vrienden. Jezus kon het allemaal zo mooi vertellen. Jezus
sprak mooie woorden. Hij leerde ze van Zijn Vader. De mensen luisterden er soms
wel naar, maar soms ook niet… Zo gaat het ook wel eens bij ons. Horen we ze
altijd? Luisteren we wel? Doen we er wel iets mee?
Soms
wel soms niet….
Denk
maar eens aan de zonnebloemen in het verhaal. Ze luisterden niet, ze deden niet
wat de zon vertelde. Ze werden slap.
Dat
gebeurt soms ook in de klas. Als de juf zegt: “iedereen mag meespelen, we
sluiten niemand uit.” Dat zijn goede woorden.
Alle kinderen knikken onmiddellijk ‘ja’, maar… op de speelplaats zijn er
altijd kinderen die niet mogen meedoen. Nochtans had iedereen beloofd om niemand uit te sluiten, maar ze hielden
zich niet aan hun belofte. En dat is niet prettig voor wie niet mag meespelen.
Davy: Gij zijt de goede Vader, de Schepper van
hemel en aarde.
Allen: Ja, dat geloven wij.
Thomas: Wij hebben van U alles gekregen, ook
deze mooie dag.
Allen: Ja, dat geloven wij.
Gilles: Gij hebt ons vake en moeke gegeven om voor
ons te zorgen.
Allen: Ja, dat geloven wij.
Davy: Wij maken U blij als wij goede vrienden
zijn.
Allen: Ja, dat geloven wij.
Thomas: Jezus is aan het kruis
gestorven omdat Hij de mensen wil helpen.
Allen: Ja, dat geloven wij.
Gilles: Na 3 dagen werd het weer licht. Jezus is
verrezen.
Allen: Ja, dat geloven wij.
Davy: De Heilige Geest helpt ons bij alles wat we
doen.
Allen: Ja, dat geloven wij.
Thomas: Door goede vrienden te
zijn voor elkaar, worden wij ook goede vrienden van Jezus.
Allen: Ja, dat geloven wij.
Priester: Laat ons bidden tot de Vader, die
altijd bereid is naar ons te
luisteren.
Kimberly: Ieder kind zoekt naar zon
en vreugde. Dat ze het licht van God zouden vinden om gelukkig te zijn.
Laten we bidden.
Allen: Lied: ‘Jezus leerde ons lief te zijn’
Jezus leerde ons lief te
zijn
voor alle mensen groot
en klein!
Alleluja,
alleluja, alleluja, alleluja!
Rien: Ieder mens zoekt de
zon en geluk. Dat alle mensen voor elkaar een zon
mogen zijn en groeien naar de Heer.
Laten we bidden.
Allen: Jezus leerde ons lief te zijn
voor alle mensen groot
en klein!
Alleluja, alleluja,
alleluja, alleluja!
Arthur: Gans de wereld kan een mooie tuin zijn met
mensen als
zonnebloemen
voor wie God een zon kan zijn.
Laten we bidden.
Allen: Jezus leerde ons lief te zijn
voor alle mensen groot
en klein!
Alleluja, alleluja,
alleluja, alleluja!
Priester: God, Heer van zon en leven, aanhoor
de gebeden die wij tot U
richten in naam van Jezus, Uw zoon en onze Heer.
Amen.
Offerande
Priester: Beste jongens en meisjes, jullie
hebben er lang op gewacht.
Vandaag mogen jullie
voor de eerste keer het grote
feestmaal van Jezus
vieren.
Willen we nu samen de
tafel dekken?
Jeffrey: De kaarsen als teken
van Jezus’ licht dat steeds voor ons schijnt.
Kerry: De bloemen als teken van schoonheid en
vreugde.
Jeffrey: Het brood als teken van voedsel om van te
leven.
Kerry: De wijn als teken van verbondenheid met Jezus
die zijn leven
gaf voor ons.
Priester: Jezus, alles staat klaar op deze
tafel: het brood, de wijn, het licht en de bloemen. Wij willen Je hiervoor
danken.
Offerandelied:
wij brengen gaven.
Bloemen
maken mensen blij.
Iedereen
mag er nu bij.
Kaarsen
naar de Heer gericht,
wij
zijn kind’ren van Zijn licht.
Wij
brengen gaven bij de Heer,
om
Hem te danken altijd weer.
Wij
zingen samen om het meest
kom
bij mij hier op dit feest.
Brood
is er voor iedereen,
als
wij delen met elkeen.
Wijn
van vreugd is op ons feest,
als
wij vieren in Gods Geest.
Priester: Brood en wijn, bloemen en kinderen,
vreugde en verdriet, dat is ons leven.
God neemt het aan vandaag, omwille van
Jezus. Hij is voor ons brood en wijn geworden, vreugde en hoop, het leven zelf,
nu en tot in eeuwigheid.
Priester: De Heer zal bij u zijn.
Allen: De Heer zal u bewaren.
Priester: Verheft uw hart.
Allen: Wij zijn met ons hart bij de
Heer.
Priester: Brengen wij dank aan de Heer onze
God.
Allen: Hij is onze dankbaarheid waardig.
Priester: God onze Vader, wij willen je danken.
Je hebt de mensen voor elkaar gemaakt. Ons leven kregen we van jou. Het is een
gave en een opgave.
Guillaume: Dank je omdat we mogen leven in jouw
boeiende wereld.
Adelin: Dank je voor het leven
met zijn mooie kanten maar ook met zijn zorgen en verdriet.
Guillaume: Dank je voor alle mensen die voor mij
zorgen.
Adelin: Dank je voor Jezus die
mens was als wij. Hij is de liefste, de
eerste in de rij.
Priester: God, dank je voor alle mensen die
iets voor ons betekenen omdat ze ons helpen goede mensen te worden. Wij loven
en danken U met alle engelen en heiligen.
Vandaag heeft
Hij ons uitgenodigd om samen aan één tafel te eten.
Zo deed Hij ook met zijn apostelen. De
avond, toen Jezus voor de laatste keer met Zijn apostelen aan tafel zat, heeft
Hij getoond hoe graag Hij ons ziet. Jezus heeft toen brood in Zijn handen
genomen en gezegd: “Neem en eet, dit is
Mijn lichaam dat voor u gegeven wordt.”
Dan nam Hij de beker met wijn, nogmaals
zei Hij een gebed om U te danken. Hij liet de beker rondgaan bij iedereen en
sprak tot hen:
“Neem en drink, dit is Mijn bloed dat
voor alle mensen vergoten wordt tot vergeving van de zonden. Blijf dit doen om
aan mij te denken.”
Allen: God, help ons Jouw
liefde waar te maken in alle omstandigheden van het leven. Dan wordt ons leven
als een bloem die open bloeit in het licht van de warme zon: Jouw liefde.
Priester: Vader, wij smeken je, bewaar in de
palm van Jouw hand onze paus, onze bisschop en allen die Jouw zending aanvaard
hebben.
Help alle gelovigen samen op weg te
gaan om je te herkennen tussen de mensen. Daarom willen wij U danken.
Door Hem en met Hem en in Hem zal Uw
naam geprezen zijn, Heer, onze God, Almachtige Vader, in de eenheid van de
heilige Geest hier en nu en tot in eeuwigheid.
Allen: Amen.
Priester: Laat ons bidden tot God onze Vader.
Kinderen: Onze Vader in de hemel,
wat een vriend ben jij voor
ons !
Mogen wij U nog iets vragen:
geef ons alle dagen brood.
En verlos ons van het kwade,
sta ons bij in alle nood.
Schenk ons vrede en genade,
Nu en tot in eeuwigheid.
Priester: Verlos ons Heer van alle kwaad.
Geef vrede in onze
dagen;
dat wij, gesteund door
Uw barmhartigheid,
vrij mogen zijn van
zonden
en beveiligd tegen alle
onrust,
hoopvol wachtend op de
komst van Uw Zoon.
Allen: Want van U is het koninkrijk en
de kracht en de heerlijkheid
in eeuwigheid
Amen.
Priester:
Heer Jezus Christus,
Gij hebt aan Uw
apostelen gezegd:
“Vrede laat ik u, Mijn
vrede geef ik u.”
Let niet op onze zonden,
maar op het geloof in Uw Kerk.
Vervul Uw belofte, geef
vrede in Uw naam
en maak ons één, Gij die
leeft in eeuwigheid.
Allen: Amen.
Priester: De vrede des Heren zij altijd met u.
Allen: En met Uw Geest.
Priester: Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld.
Allen: Ontferm U over ons.
Priester: Lam Gods, dat wegneemt de zonder der
wereld.
Allen: Ontferm U over ons.
Priester: Lam Gods, dat wegneemt de zonder der
wereld.
Allen: Geef ons de vrede.
Louis: Lieve
papa, lieve mama,
je hebt me
vaak geroepen
om aan de tafel te komen
wanneer het eten klaar
stond.
Vandaag mag ik u roepen.
De tafel staat hier
klaar.
Eten wij nu samen het
lichaam van Jezus
en mogen we het van nu
af aan
elke zondag blijven
doen.
Priester: Zalig zij die genodigd zijn aan de
tafel van de Heer. Zie het Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld.
Allen: Heer, ik ben niet
waardig dat Gij tot mij komt, maar spreek en ik zal gezond worden.
communielied: Ik zing want ik ben blij
Ik zing want ik ben
blij!
Ja, Jezus houdt van mij!
En nu zal hij bij me
komen,
daar mocht ik zo lang van
dromen.
Daarom zijn we hier
tezaam,
om te vieren in Zijn
naam!
Ik zing want ik ben
blij!
Ja, Jezus houdt van mij!
En nu zal ik hem
ontvangen,
daar mocht ik zo naar
verlangen.
En dat vieren we zo
graag,
daarom is het feest
vandaag!
Ik zing want ik ben
blij!
Ja, Jezus houdt van mij!
dankgebed
Edward: Wij zijn twee dikke
vrienden, mijn papa en ik. Ik hou heel veel van hem, want hij is heel lief voor
mij, echt waar!
Dank u, papa.
Maxim: Wij zijn twee dikke vrienden, mijn mama en ik.
Ik kan mijn
mama niet missen en zij
ziet mij ook graag, echt waar!
Dank u, mama.
Toon: Wij zijn ook dikke vrienden, mijn
oma en opa en ik. Ik hoop dat ze lang mogen blijven leven want ze zijn om ons
bezorgd. Wij willen hen geen verdriet aandoen, echt waar.
Ouder: Dank je wel, wij zijn blij dat jij er bent.
Dank je
wel om je vriendelijkheid en je spel.
Dank je wel, je maakt ons leven boeiend en rijk en soms ook wel een moeilijk.
Dank je wel voor deze mooie dag.
Slotdans
We
komen van ver, in zeeën van tijd
We
komen van plaatsen die we eens achter ons lieten
We
zoeken naar liefde, in het hart van iedereen
We
zoeken naar een reden die we allemaal begrijpen
We
geven ware liefde, we zijn de kinderen van de zon
We
volgen onze dromen en we zullen nooit stoppen
We
volgen onze hoop en we zullen nooit opgeven
Tot
we de warmte van de zon gevonden hebben
Tot
we een zijn
Zegen en
wegzending
priester: Ik ben blij dat ik u allen de zegen
van Jezus mag geven.
Samen dragen wij Zijn
vreugde en zegen uit.
Proficiat aan alle
kinderen, aan de ouders en aan de familie.
Maak er een gezellige dag van en denk
graag terug aan deze dag.
De Heer zij met u.
Allen: En met Uw Geest.
Priester: Zegen U de Almachtige God,
In de naam van de Vader
en de Zoon en de heilige Geest.
Allen: Amen.
Met dank aan:
Het oudercomité, voor de hulp tijdens de
voorbereiding.
Het
schoolbestuur, voor de koffietafel.
De
ouders, voor de hulp tijdens de voorbereiding.
De
kinderen, voor hun inzet tijdens de voorbereiding en tijdens de viering.
Juf
Noëlla, voor het schrijven van teksten.
Meester
Johan, voor de muzikale ondersteuning.
Alle
leerkrachten en kinderen voor de zang.
U,
voor uw aanwezigheid tijdens deze plechtigheid.
NEEM
GERUST DIT BOEKJE MEE ALS BLIJDE HERINNERING AAN DEZE HEUGLIJKE DAG.