Kinderen hebben tijdens
een knutselnamiddag in de paasvakantie een portret geschilderd van een
klasgenootje. Deze portretten werden
door ouders ingekaderd en hingen omhoog in de kerk;
Een echte galerij was
het. Ook hebben ze tijdens deze knutselnamiddag met was de kaarsen versierd, de plantjes en bloempjes gezaaid, de
bloempotten versierd ( dit alles was nodig bij de offergave)en aan het cadeautje
voor hun ouders gewerkt (een vaas versierd met kralenkettingen)
En
ben je niets,
Vertel
nou eens iets.
Zeg
me je naam, duizend keren.
Zeg
me je naam, zeg je naam
Ik
ga je zeggen hoe je heet
ja,
hoe je heet,
tot
ieder het weet.
Zeg
me je naam, duizend keren.
Zeg
me je naam, zeg je naam
Tobias en Daan: Dag allemaal. Ik ben
Tobias.
En
ik ben Daan. Zoveel mensen in de kerk.
Ja
natuurlijk, want wij vieren feest!
Lied : Zeg me je naam, duizend
keren.
Zeg
me je naam, zeg je naam.
Jens en Ruben : Hallo, ik ben Jens en ik
ben Ruben.
Dag
mama’s en papa’s.
Lied : Zeg me je naam, duizend
keren.
Zeg
me je naam, zeg je naam.
Arnout en Frederik : Dag lieve mensen. Ik ben Arnout
En
ik ben Frederik.
Tof
dat jullie er zijn zussen en broers.
Lied : Zeg me je naam, duizend
keren.
Zeg
me je naam, zeg je naam.
Elise en Diede : Goeiemorgen! Ik ben
Elise.
En
ik ben Diede.
Leuk
dat ook jullie: oma’s en opa’s erbij zijn.
Lied : Zeg me je naam, duizend
keren.
Zeg
me je naam, zeg je naam.
Fien en Roos : Hé, ik ben Fien. En ik
ben Roos.
Wat
zijn wij blij dat jullie samen met ons
willen
meevieren.
Lied : Zeg me je naam, duizend
keren.
Zeg
me je naam, zeg je naam.
Celien en Jorien : Ook wij, Celien en Jorien
zijn er vandaag bij !
Van
harte welkom allemaal!
Verwelkoming door priester.
Priester : Om feest te
kunnen vieren, moeten we vrienden zijn.
We
moeten het misschien weer goed maken met
mama
en papa, broer en zus, vriendje en vriendinnetje.
ð Hiervoor hadden we een huisje vooraan geplaats.
Op de deur en op de venster hingen
wolken met
negatieve opmerkingen: zeurpiet,
dommerik,….
Kind 1 : Mijn hart
is net een huisje
met
kamertjes en gangetjes
een
voordeur en een ruit.
Er
hangt een fris behangetje,
het
ziet er keurig uit.
Kind 2 : Maar dan
als Jezus aanklopt,
dan
kijkt hij in mijn keukentje,
dat
is nog niet gesopt.
Daar
ligt een heel klein leugentje
dat
ik ergens had verstopt.
Kind 3 : Hij vindt
een lelijk woord,
een
stukje ongehoorzaamheid,
en
nog een nare mop.
En
toch is Hij niet boos op mij,
we
ruimen alles op.
ð Hier werden de wolken weggenomen en werden er
hartjes gehangen met positieve opmerkingen
zoals: kom, speel maar mee,…
Kind 4 : Jouw hart
is net een huis,
met
deuren en een raam ervoor.
Jezus
kijkt zo naar binnen.
Je
hoeft je niet te schamen hoor,
je
mag opnieuw beginnen.
Lied : Soms gaat het fout, keer op
keer,
schenk
ons uw vergeving Heer.
Soms
loopt het mis, dag na dag,
schenk
ons toch een blije lach.
Priester : Ja, het is
waar. Als je foutjes maakt, is de Vader daar niet boos om,
je
mag opnieuw beginnen.
En
de grote mensen zullen jullie daar zeker bij helpen.
Priester : Goede
God, Gij hebt ons een lichaam gegeven dat zoveel mooie dingen kan.
Dat
is een mooie erfenis. Dit lichaam kan teder zijn, liefhebben, het kan sporten
en
pret maken samen met anderen, het kan werken en denken, het kan zien hoe
mooi
het leven is en hoe prachtig de mensen zijn.
Wij
danken U voor al dat moois, voor al die schitterende talenten die wij rijk
zijn.
God,
geef ons dat wij dankbaar zijn, en dat wij elkaar als broers en zussen bijstaan
met
al de talenten die wij hebben, zoals ooit deed, uw Zoon, Jezus Christus. Amen.
Verteller : Er
was eens een koning. Hij moest op reis want koningen moeten dikwijls op reis.
Naar
andere koningen bijvoorbeeld om een goede dag te zeggen.
Dit
keer zou de reis lang duren en dus maakte
de
koning zich zorgen.
Koning : Ik
moet op reis, hoofdminister. Wat gaat er gebeuren met mijn koninkrijk?
Hoofdminister: Ja, nu zeg je
daar wat. Wat gaat er gebeuren in het koninkrijk?
Koning : De
mensen moeten gelukkig blijven.
Hoofdminister : Ja, nu zeg je
daar wat. De mensen moeten gelukkig blijven.
Koning : Ik
weet het. Alles wat ik heb geef ik aan mijn hovelingen.
Hoofdminister : Ja, nu zeg je
daar wat, alles geeft u aan de hovelingen.
Koning : Aan
ieder wat hij het best kan gebruiken. Kom op.
Hoofdminister : Nu zeg je
daar wat. Ik kom.
Verteller : En
zo riep de koning alle hovelingen samen, want ze moesten er voor
zorgen
dat alle mensen in het land gelukkig konden blijven.
Koning : Lieve
hovelingen. Mijn secretaris heeft alles opgeschreven wat er gaat
gebeuren
wanneer ik op reis zal zijn. Kom even met uw lijst.
Secretaris : Mijnheer
de koning. Hier is de lijst die ik moest opschrijven, om u te dienen.
Koning : Nee,
nee. Lees jij maar voor, maar haal eerst het dienblad met de spulletjes.
Secretaris : Ziezo!
Eerste en tweede hoveling! De dieren!
Koning : Aan
jullie geef ik het gevoel van mijn vingers.
Jullie
zullen voor de dieren zorgen en ze genezen wanneer ze ziek zijn.
Als
jullie dit knuffeldiertje zien, denk dan aan wat ik jullie zei.
Hoveling 1 en 2: Dank u wel,
mijnheer de koning.
Secretaris : Derde
en vierde hoveling : de planten!
Koning : Aan
jullie geef ik wat je nodig hebt om de planten te verzorgen.
Heel
veel geduld en liefde krijgen jullie van mij.
Jullie
zullen deze zaadjes uitstrooien en ze verzorgen tot ze planten zijn.
Als
je deze zaadjes ziet, denk dan aan wat ik jullie zei.
Hoveling 3en 4: Dank je wel,
mijnheer de koning.
Secretaris : Vijfde
hoveling! Lekker eten!
Koning : Ik
geef aan jou wat je nodig hebt om lekker eten klaar te maken.
Overal
waar er feest is zal jij voor spaghetti zorgen en voor frieten en rijstpap.
Als
je deze pan ziet, denk dan aan wat ik je zei.
Hoveling 5 : Dank u
wel, mijnheer de koning.
Secretaris : Zesde
hoveling! Tranen en verdriet!
Koning : Ik
geef aan jou wat je nodig hebt om tranen af te drogen.
Er
is veel verdriet in de wereld van de grote mensen.
Er
is veel verdriet in de harten van de kinderen.
Als
je deze zakdoek ziet, denk dat aan wat ik je zei.
Hoveling 6 : Dank je
wel, mijnheer de koning.
Secretaris : Zevende
hoveling! Spelletjes en verhalen!
Koning : Ik
geef aan jou wat je nodig hebt om kinderen plezier te doen.
Kinderen
moeten kunnen spelen. Kinderen moeten kunnen luisteren
naar
mooie verhalen.
Als
je dit verhalenboek en deze spellendoos ziet, denk dan aan wat ik je zegde.
Hoveling 7 : Dank je
wel, mijnheer de koning.
Koning : Ik geef een
kaars aan jou. Dat heb je nodig om de mensen te helpen.
Er
zijn soms moeilijke dagen. Er zijn soms problemen, ook bij kinderen.
Dan
moet jij goed nadenken en goede raad geven en een oplossing zoeken.
Er
moet bij jou een lichtje branden.
Hoveling 8 : Dank je wel,
mijnheer de koning.
Koning : Beste
hovelingen, ga nu naar huis en doe wat je doen moet.
Tot
bij mijn terugkomst. Gegroet!
Verteller : Tijdens de
afwezigheid van de koning ging alles goed,
Er waren
geen zieke dieren meer want hoveling 1en 2 zorgden er goed voor.
Hoveling
3 en 4 zorgden ervoor dat er overal plantjes groeiden.
Er
was altijd en overal feest en iedereen kon zijn buikje rond eten, dankzij
hoveling 5.
Niemand
had nog verdriet want hoveling 6 veegde de tranen af nog voor ze liepen.
Alle
kinderen amuseerden zich kostelijk want hoveling 7 zorgde voor verhalen en
spelletjes.
Alles
was dus in orde ?
Niet
helemaal! We gaan eens kijken naar hoveling 8.
Hoveling 1 en 2 : Mijnheer de
hoveling, hoe moeten we aan aspirientjes geraken voor de zieke poesjes?
Denk
er eens over na!
Hoveling 8 : Altijd
maar denken, daar word ik veel te moe van!
Hoveling 3 en 4 : Mijnheer de
hoveling, hoe moeten we aan vruchtbare grond geraken want
de
plantjes verwelken? Denk er eens over na!
Hoveling 8 : Altijd
maar denken, daar word ik veel te moe van!
Hoveling 5 : Mijnheer
de hoveling, er is geen zout meer voor de pap.
Denk
daar eens over na!
Hoveling 8 : Altijd
maar denken, daar word ik veel te moe van.
Hoveling 6 : Mijnheer
de hoveling, er zijn soms mensen ziek en soms sterven heel lieve mensen.
Hoe
moeten we dat verdriet wegnemen?
Denk
daar eens over na.
Hoveling 8 : Altijd maar denken,
daar word ik veel te moe van.
Hoveling 7 : Mijnheer de
hoveling, alle verhalenboeken zijn uitgelezen.
Hoe
moeten we dat oplossen? Denk daar eens over na.
Hoveling 8 : Altijd maar denken,
daar word ik veel te moe van.
Iedereen
moet maar voor zichzelf zorgen.
Verteller : Omdat dus niet
iedereen goed werkte met het geschenk van de koning
liep
alles in het honderd.
Op
dat ogenblik kwam de koning terug van zijn grote reis.
En
iedereen moest naar het paleis komen.
Hoofdminister : Mijnheer de koning, alle
hovelingen zijn hier met hun geschenken.
Uw
secretaris heeft het lijstje.
Secretaris : Hoveling 1 en 2
zorgden goed voor de dieren.
Hoveling
3 en 4 kweekten heel veel plantjes.
Hoveling
5 maakte lekker eten.
Hoveling
6 nam alle verdriet weg.
Hoveling
7 stopte alle verhalen in het hart van de kinderen.
Hoveling
8 heeft niets gedaan.
Koning : Is dat echt
waar? Heb jij niets gedaan met mijn geschenk?
Hoveling 8 : Ja maar, koning,
van het denken krijg ik zo’n kop!
Koning : Ach man, jij
maakt mij echt verdrietig!
Ik
heb je zoveel gegeven en jij doet niets met mijn geschenk.
Ga
maar! Denk maar eens na over wat je fout deed!
Lied : Bloemen bloeien in het gras,
‘t
water maakt een grote plas.
De
maan is rond en lacht naar mij,
‘t
zonnetje schijnt en maakt ons blij.
Refr.
‘t
Is zo mooi, ‘t is zo fijn,
ik
wil Jezus dankbaar zijn,
want
Hij zei : “Dit is voor jou,
omdat
ik veel van je hou.”
Mensen,
mensen, o zo veel,
rood
en zwart en wit en geel.
Op
de grote wereldbol
speelt
iedereen zijn eigen rol.
Priester : Jezus vertelt
Een
man wil op reis gaan.
Hij
zegt tot zijn knechten :Ik vertrouw jullie mijn bezit toe.
Aan
de eerste knecht geeft hij vijf talenten.
Aan
de andere knecht geeft hij twee talenten.
Aan
de derde knecht geeft hij één talent.
Dan
vertrekt de man op reis.
De
eerste knecht heeft vijf talenten.
Hij
gaat meteen aan de slag.
Zo
verdient hij er vijf talenten bij.
De
andere knecht heeft twee talenten.
Hij
gaat meteen aan de slag.
Zo
verdient hij er twee talenten bij.
De
derde knecht heeft één talent.
Hij
gaat naar de akker.
Hij
graaft een put.
Hij
verbergt zijn talent.
Hij
is bang om het te verliezen.
Na
een hele tijd komt de heer terug.
Hij
roept zijn knechten.
De
eerste komt bij de heer en zegt :
Heer,
ik kreeg vijf talenten,
hier
heb ik er vijf bij.
De
heer zegt :
Heel
goed, trouwe knecht.
Ga
en wees blij met mij.
De
tweede knecht komt bij de heer en zegt :
Heer,
ik kreeg twee talenten,
hier
heb ik er twee bij.
De
heer zegt:
Heel
goed, trouwe knecht.
Ga
en wees blij met mij.
Ook
de derde knecht komt bij de heer.
Hij
zegt
Heer,
ik was bang.
Ik
heb je geld in de grond verstopt.
Hier
heb je het terug.
De
heer is boos.
Hij
zegt:
Je
bent een slechte en bange knecht.
Priester : “Geloofsbelijdenis”
is voor kinderen van 7 jaar een moeilijk woord om te begrijpen.
Maar
als je hen vraagt waarin ze geloven, dan krijg je dadelijk een hele reeks
reacties.
Misschien
is geloven dus ook wel een klein beetje een talent, een gave, die we verder
kunnen
ontwikkelen.Deze kinderen hebben met hun geloof duidelijk geen moeite.
Luister
maar naar hun zelfgeschreven, persoonlijke geloofsbelijdenis.
(deze zinnen hebben de kinderen zelf in de klas
geschreven.)
Kinderen :
Ik geloof : dat
mama en papa heel veel van mij houden, ook al zijn ze eens boos
dat
mama en papa veel voor mijn geloof doen.
in
alle mensen.
dat
er op de hele wereld vrede kan komen.
dat
alle doden nog in mijn hartje verder leven.
Ik geloof : dat
Jezus de zoon van God is.
dat
Jezus gestorven is aan het kruis.
dat
Jezus heel diep is ons hart zit.
dat
Jezus heel veel van kinderen houdt.
dat
Jezus mij vergeeft als ik stout ben geweest.
dat
Jezus heel belangrijk is.
dat
Jezus een goed man is.
dat
Jezus is ons gelooft.
dat
Jezus veel goede dingen gedaan heeft.
dat
Jezus mensen in nood helpt.
Ik geloof : dat
God echt bestaat
dat
God de Vader is van de mensen
dat
God de wereld gemaakt heeft.
dat
God van alle mensen houdt.
dat
God ons helpt lief te zijn.
Priester : Laat ons
bidden tot Jezus die altijd zijn hart openzet voor kinderen.
Kind 1 : Lieve Jezus,
Elk van ons heeft veel talenten gratis gekregen
van U,
Om
mooi te dansen en hoog te springen,
om
knap te rekenen of te tekenen en veel meer.
Kind : Jezus,
de
één kan heel snel veel talen leren,
de
andere is het best in sport,
een
derde kan heel goed luisteren,
en
nummer vier zorgt dat het echt gezellig wordt.
Kind : Sommigen kunnen heel handig
knutselen,
weer
anderen zwemmen als een vis,
enkele
kunnen fantastisch schrijven
of
lachen, voetballen of delen, ‘t is niet mis!
Kinderen : Help ons onze
talenten steeds te gebruiken, meer en meer.
Dat
vraagt, Jezus van ons keer op keer.
Priester : Lieve Jezus,
je hebt aan elk van ons talenten gegeven.
De
één kan dit goed, de andere dat.
De
voorbije weken hebben deze eerste communicanten
hun
talenten gebruikt om vandaag van jouw tafel, een mooie,
feesttafel
te kunnen maken.
Kind : Roos, Elise en Celien zijn
drie handige meiden.
De
handen uit de mouwen steken doen zij graag.
Daarom
leggen ze met plezier op Uw altaar,
dit
mooie zelfversierde tafelkleed.
Kind : Arnout, Ruben en Fien, die
vinden knutselen toch zo leuk.
Daarom
maakten ze zelf deze mooie kaarsen.
Zij
zorgen voor licht en gezelligheid rond jouw feesttafel.
Lieve
Jezus, laat ons ook licht zijn en geef ons een warm hart voor alle mensen.
Kind : Frederik,
Diede en Jens, Jezus, houden heel veel van jouw mooie natuur.
Zij
proberen er echt zorg voor te dragen.
Samen
hebben ze deze mooie bloemen en frisse groenten gekweekt.
Zaaien,
water geven, onkruid wieden, dit allemaal deden zij
met
heel veel liefde en zorg.
En
kijk deze mooie planten sieren nu jouw feesttafel.
Kind : Daan
, Jorien en Tobias willen jou, Jezus, ook deelgenoot maken van één van hun
talenten.
Tobias
voetbalt en Daan en Jorien spelen graag basket.
Zij
leggen hun bal neer bij uw feesttafel
als teken dat samenspelen en
vriendschap
heel belangrijk zijn op een feest.
Kind : Het
allerbelangrijkste op jouw feesttafel is natuurlijk brood en wijn.
Want
jij, Jezus, jij wil je geven aan ieder van ons.
Jij
bent er steeds voor iedereen.
ik geef je de mand
met heerlijke vruchten
kom, geef me je hand.
Ik
geef je mijn blijdschap
ik
geef je mijn lach
een
heel goed begin voor
een
heel mooie dag!
Refr.: …
Ik
geef je mijn vriendschap
ik
geef je krediet
ik
wil je erbij,
ook
al ken ik je niet!
Priester : Heer,
onze God, vandaag brengen wij hier aan tafel onze talenten bij U aan.
Wij
proberen ons dienstbaar te maken.
Wij
proberen ons in te zetten en ons leven te delen zoals Jezus het deed.
Wij
proberen van het leven een tijd van vreugde en blijdschap te maken,
door
alle dagen voor elkaar open te staan.
Zo
willen wij met onze talenten ook de beker delen die Jezus heeft gedeeld.
Maak
ons dan ook krachtig om onze talenten te blijven inzetten voor een
betere
toekomst voor alle mensen.
Dat
vragen wij U in naam van Jezus Christus.
Amen.
Priester: Vandaag is
het feest.
Wij
zijn blij.
Jezus
is dicht bij ons.
Hij is onze grote Vriend.
Kinderen: Jezus, mag bij ons komen.
Hij is altijd welkom in ons hart!
Priester Wij danken U, goede God,
omdat U Jezus bij ons laat komen.
Wij leren veel van hem.
Hij zegt dat U van ons houdt.
Dat maakt ons blij.
Kinderen: Jezus, mag bij ons komen.
Hij is altijd welkom in ons hart!
Priester: Jezus zegt ons, goede God:
“Jij kunt veel.
Iedere mens kan wel iets!”
Hij heeft daar een mooi woordje voor:
onze talenten.
Wij danken U omdat wij allemaal
talenten hebben gekregen.
Kinderen: Jezus, mag bij ons komen.
Hij is altijd welkom in ons hart!
Priester: Jezus heeft veel mensen
geholpen
om beter en gelukkiger te leven.
Hij wil ook in ons leven zijn.
Dank U wel, lieve God!
Kinderen: Jezus, mag bij ons komen.
Hij is altijd welkom in ons hart!
Prietster: Om hem niet te vergeten
gaf Jezus ons een mooi teken.
Hij nam brood ….
Kinderen: Jezus, mag bij ons komen.
Hij is altijd welkom in ons hart!
Priester: Nu wij hier bijeen zijn
bidden wij, goede Vader:
laat ons altijd leven zoals Jezus.
Help ons met uw goede Geest.
Kinderen: Jezus, mag bij ons komen.
Hij is altijd welkom in ons hart!
Priester: Laat ons de talenten gebruiken
die wij krijgen van U, God.
Dan worden veel mensen blij.
Kinderen: Jezus, mag bij ons komen.
Hij is altijd welkom in ons hart!
Onze Vader : kinderen
bidden en beelden het Onze Vader uit
Kind : Kom
en zet je hart nu maar open
Kom
en wens het iedereen
Dat
beetje blij zijn,
dat
beetje gelukkig zijn,
dat
beetje vrede.
Vrede
wens ik jou,
dag
na dag.
Vrede
wens ik jou,
stap
na stap.
Vrede
wens ik jou,
in
héél jouw hart!
Kind : Voor
het eerst het brood van Jezus samen delen!
Wat
een feest!
Iedereen
mag meedoen, meedelen en meevieren.
Samen
vieren met brood en wijn, aan Jezus’tafel waar alle mensen
WELKOM
zijn!
Kom
doe mee, dan wordt het een héél mooi feest!
Communielied :
Ruben lost elk vraagstuk op
van natuur weet Jens heel veel.
Bij gym staat Frederik aan de top
en mooi schrijven is Jorien haar deel.
Fien zwemt als een waterrat.
Het lijkt vanzelf te gaan.
Arnout is op de judomat
door niemand te verslaan!
of musiceren.
Eenieder heeft zo zijn talent.
Die is verstandig,
een ander handig.
Er is wel iets waar je een kei in bent.
Ben je de liefste,
of creatiefste?
We meten met geen puntenschaal.
Jij bent de knapste,
ik
ben de rapste.
We zijn de beste allemaal.
En Daan kan mooi tekenen.
Elise is muzikaal
Roos kan heel snel rekenen.
Diede is knap in taal.
Tobias: de voetbalkampioen,
hij goochelt met de bal.
En daar heb je dan Celien,
die zo mooi knutselen
kan.
Priester : Heer
Jezus, wij danken U dat Gij ons zo erg lief hebt,
dat
Gij Uw leven voor ons hebt gegeven.
We
bidden: laat dit feest ons tot een grotere liefde brengen,
zodat
anderen kunnen ervaren hoe groot Uw liefde is.
Kind : Lieve
Jezus, het was fijn hier in de kerk
Wij
horen er nu helemaal bij.
Straks
thuis gaat het feest verder, met papa en mama
en
alle mensen die van ons houden.
Elke
keer kan het niet zo’n feest zijn,
maar
wij komen graag bij U terug
om
weer het brood aan Uw tafel te eten.
Jezus,
dank U voor het fijne feest.
Kind : Moeke lief, met kriebels in
mijn buik,
tot
in de topjes van mijn tenen,
doe
ik toch al wat ik kan.
Want
ik ben nog veel van plan.
Ik
wil je echt bedanken voor zoveel nog deze dag,
Maar
vooral moeke, voor die vele kleine dingen
van
gisteren en de dag voordien,
en
al die andere lieve zorgen,
die
ik vaak niet heb gezien.
Dank
je moeke, ik hou van jou.
Ik
zeg het graag, ik ben zo fier op jou vandaag!
Lied : Wij zeggen dank je wel nu
voor dit mooie feest
Dank
je lieve mama, het is fijn geweest.
Lala…
Dank
je, lieve mama, het is fijn geweest.
Kind : Vake lief, ach, je weet het
wel:
ook
mijn hartje bonst zo snel
En
er is bibber in mijn knie.
Ik
denk omdat ik je zo graag zie.
En
omdat ik je zo heel bijzonder danken mag
voor
de zorgen dag aan dag.
Voor
zoveel kleine dingen…
Dank
je vake, ik hou van jou!
Ik
zeg het graag. Ik ben zo fier op jou vandaag!
Lied : Wij zeggen dank je wel nu
voor dit mooie feest.
Dank
je lieve papa, het is fijn geweest.
Lala…
Dank
je lieve papa, het is fijn geweest.
Kind : Graag danken wij ook onze
pastoor
omdat hij
samen
met ons van deze viering
een
echt groot feest heeft gemaakt.
Kind : Dank
je wel juf Lieve voor zoveel dansende noten en vrolijke deuntjes.
Samen
zingen maakt je héél blij vanbinnen!
Voor
al die blije, vrolijke uurtjes van zingen en dansen,
Duizendmaal
“DANK JE WEL”
Kind : Deze
viering was zo mooi en tof!
Maar
niet voor ons alleen is alle lof…
We
deden het niet alleen,
Neen
hoor, onze lieve juf Mariane deed volop mee!
Lezen,
schilderen, oefenen, tekenen… alles heeft ze met en voor ons gedaan.
Zo
konden wij hier vandaag als échte feestvierders staan!
Voor
al je tijd, je inzet en je geduld lieve juf,
Duizendmaal
“DANK JE WEL”
ð Bij het slotlied mogen elk jaar opnieuw ook de jongere broertjes en zusjes
meezingen en dansen.
In
onze school leert de juf van de eerste kleuterklas de liedjes aan, terwijl ik
in haar klas ga.
Daardoor kan zij ook alle kleuters heel goed bij het lied betrekken. Dit
jaar had zij van elke communicant een
fotocopie genomen van zijn hand. Daarop stond dan geschreven vb.
Leuk Ruben. Hiermee konden de broers
en
zussen dan mee zwaaien.

Slotlied : Refr.
Een
duim voor jou, een duim voor mij
een
duim voor Jezus er nog bij!
Hij
is nu heel diep in mijn hart.
Ik
dank voor deze nieuwe start!
Strofe
1
We
vierden feest dicht bij de Heer.
We
werden vrienden, meer en meer.
Met
alle mensen hier tesaam
doen
we nu verder in Zijn naam!
Strofe
2
Dag
goede God, we vonden ‘t fijn
om
hier zo dicht bij Jou te zijn!
Jij
geeft ons kracht en steeds weer moed.
Jij
blijft de beste vriend, voorgoed!
Strofe
3
We
voelen ons heel erg tevree
want
Jezus gaat nu met ons mee!
We
toveren onze breedste lach,
bedankt
voor zo’n kei-toffe dag!