DE ZIEKE DIE DANKBAAR WAS.
Evangelie naar Mt 6,
26-30 en Lk 17, 11-19.
Eens
kwamen vele mensen naar Jezus.
Allen
gingen neerzitten in een kring rond Jezus.
Jezus vertelde toen:
“Kijk eens naar de vogels:zij zaaien geen graan, zij werken niet
in een tuintje met groenten, zij hebben geen geld om eten te kopen.
Toch vinden ze genoeg voedsel. Het wordt hun zomaar gegeven.
Ook jij krijgt veel zonder dat je er voor werkt.
Kijk naar de bloemen. Ze spinnen niet en weven geen kleren, ze
gaan niet naar winkels voor kledij. Toch zijn ze mooi gekleed.
Dat komt vanzelf, omdat God zorgt voor de natuur.
Zo zorgt de goede God ook voor ons elke dag.
Laten we er God dankbaar om zijn.”
Toen
kwamen er zieken. Ze riepen:
“Jezus, jij kan ons helpen. Wij willen genezen ! “
De
mensen rond Jezus stopten hun oren dicht
en deden een teken dat ze weg moesten gaan.
Maar de zieken riepen nog harder:
“Jezus, jij kan ons helpen. Wij willen genezen !”
Jezus
ging naar hen toe en zei:
“Moge de zegen van God over jou komen en je genezen.”
En Jezus hield een hand boven hun hoofd.
Dan
zei Hij:
“Ga maar naar huis. Je zal binnenkort wel genezen
zijn.”
De zieken vertrokken en voelden zich snel veel beter en waren blij.
Eén
zieke kwam terug en boog voor Jezus om Hem te danken.
Jezus vroeg toen: “Zijn de anderen ook niet genezen ?
Ben jij de enige die gekomen bent om God te danken ?”
En
Jezus zei tot de mensen:
“Heb altijd vertrouwen dat God je kan helpen.
Dat vertrouwen zal je helpen als het eens moeilijk is.”
Toen
vertrokken allen naar huis.